Reisverhalen

III
Weekendje Andelsbuch Sept 2000
Nóg een weekje Andelsbuch
Reisverslag Spanje Nov 2000
De Bus naar Chamonix Okt 2000
Een onverwachte vlucht 01-01-01
Weekend Porte du Soleil Jan 2001
Claus en Will in Spanje Febr 2001
Weekend Vogezen April 2001
Rode sneeuw Mei 2001
Vliegen in de Chartreuse Febr 2002

 



Laatste update: zondag 11 mei 2003


Weekendje Andelsbuch
Marco Verhoog


De internetsite beloofde goed weer in de Oostenrijkse Alpen en bij iedere rechtgeaarde schermvlieger gaat het bloed dan sneller stromen, komen de kriebels in de buik, wordt de pakzak gepakt en vrije dagen opgenomen.
Zo ook het weekend van 23 - 24 september, wat voor het gemak verlengd was met de donderdag en vrijdag. Het plan-de-campagne was begin augustus al in grote lijnen gesmeed om te kijken of het mogelijk is iedere maand te gaan vliegen in de Alpen om zodoende in een vroeg stadium zulk soort dagen in de (werk)agenda zo veel mogelijk vrij te houden. Eigenlijk hetzelfde idee als de onlangs opgerichte E-Lijnbus.
Na dit plan geopperd te hebben hadden Jan Wildenberg, Collin Hamming en Marco Verhoog een week voor vertrek virtueel gezelschap gekregen van Claus van den Hoek en vader en zoon Van Veen, Kees en Bouke. Allemaal in voor een paar dagen paragliding fun, zoals dat zo mooi heet.

Na een paar dagen koortsachtig telefonisch overleg werd uiteindelijk donderdag 14 september met drie auto's in de late middag afgereisd richting de Niedere. Vooraf was onderdak geregeld bij het favoriete appartement met uitzicht op de startplek, dus niets kon een uitstekend vliegweekend meer in de weg staan.
Het weer zag er vrijdagmorgen op zichzelf ook helemaal niet slecht uit. Alleen de wind had zijn eigen plan getrokken om zo cross als maar mogelijk over de startplek te waaien. Daarbij had het de dagen vooraf aan onze komst weer ongenadig geregend, zodat alles eerst uit moest dampen wilde er nog iets van thermiek loskomen. Nou, het enige wat loskwam waren de sterke verhalen en voor de rest was het vrijdag meer kijken hoe Claus onder het motto "Kann Claus raus, dann kann jeder raus" doodleuk voor ging doen hoe je bij zo'n crosswind weg moet starten. Zelfs de lokale vliegers keken hun ogen uit en enkelen volgden zelfs 'spontaan' Claus' voorbeeld. De truc was namelijk om 45 graden naar links te draaien en weg te starten richting lift. Eenmaal los van de grond scherp rechts uitdraaien en van de berg wegvliegen. Aangezien zo'n start voor mij een erg hoog vergevorderden-gehalte had, besloot ik het zekere voor het onzekere te nemen en de lift terug te nemen. Bouke en Kees waren het daar mee eens, Collin en Jan wilden het toch ook eens proberen. Collin kwam relatief makkelijk weg, hij zit met zijn gewicht dan ook onderin de gewichtsklasse van zijn Vector, maar Jan zag zijn start mislukken en moest doordat de lift al gesloten was naar beneden lopen.

Para-sliding
Zaterdag liet de wind zijn andere gezicht zien: vrijdag cross vanuit westelijke richting, zaterdag cross vanuit oostelijke richting. Af en toe bouwde er in het dal iets op en kwam er een dalwindje over de startplek. Iedereen maakte dus ook dat hij op zo'n moment weg startte. Ik vond echter dat een goede cross start beheerst moet worden, dus besloot met crosswind te starten. Na vier vruchteloze pogingen en het opkomen van rugwind, was het eigenlijk wel lunchtijd geworden. Dacht ik zo.
Na de Apfelstrudel startpoging nummer vijf, zoveel mogelijk richting het oosten, waarbij Kees het advies gaf het scherm iets hoger te leggen zodat ik meer loopruimte zou hebben. Dat hielp. Eindelijk airborne.

Natuurlijk nog lang geen thermiek en de dynamische stijgwinden waren blijkbaar nog met lunchpauze. Maar een glij-vluchtje langs de bergkam kan ook heel bevredigend zijn (hield ik mezelf voor).
Rap inpakken, na in het landingscircuit weer bijna door een Duitser doorboord te zijn, omdat zij het blijkbaar niet noodzakelijk achten achter iemand anders aan een landingscircuit te vliegen. Ik heb (bij een KNVvL-erkende vliegschool) geleerd dat dat wel in de regels staat. En ik altijd maar denken dat Duitsers altijd doen wat hen opgedragen wordt en dat juist de Nederlanders eigenwijs zijn! Maar goed, zand erover! Liftje naar boven gepakt, want er vlogen inmiddels aardig wat schermen die wel thermiek hadden gevonden. Gezien de vluchtbewegingen voornamelijk weer D.'s, want alles vloog weer lekker door elkaar, niemand draaide dezelfde richting in een bel. Volgens mij toch ook een regel. Als het goed is hoor je dat zelfs al te weten bij je eerste brevet, of zouden ze dat niet hebben...?
Aangezien de rest van ons groepje inmiddels lekker vloog, besloot ik eens te kijken waar een local zoal start. Helemaal rechts op de Niedere stond er één ingehangen klaar. Ik vroeg of het makkelijk starten was op die plek, waarop hij antwoordde dat dat wel zo was alleen dat je bij het afbreken van een start het probleem had dat je gelijk in de boompjes zat. Blijkbaar had de goede man het idee gekregen dat ik zijn uitleg niet zo goed begrepen had, want hij was even later niet te beroerd om even voor te doen wat hij bedoelde. Na hem en zijn scherm ontward te hebben, besloot ik toch maar op de oude vertrouwde plek te starten.
Mijn scherm kwam goed omhoog, maar werd alleen door de wind naar links weggezet. Ik stuurde rechts en liep links onder, maar had daardoor te weinig voorwaartse snelheid en net toen ik af wilde breken kwam ik los en schoot dus strak rechtsaf parallel aan de startberg de bomen in. Dat werd dus beentjes vooruit, stuurlijn helemaal intrekken, om al para-slidend de dikkere boomstammen en plotseling opdoemende rotsblokken te ontwijken. Na drie, vier boompjes aldus doorboord te hebben kwam ik tot stilstand. Twintig meter boven mij schreeuwde iemand of alles oké was en na bevestigend beantwoord te hebben kon het grote klimwerk beginnen. 'Aardige man', dacht ik nog, 'als hij zo van bovenaf mijn scherm ontward, doe ik het van onderaf'. Na een half uur ploeteren had ik door dat het bevestigende antwoord op de vraag 'oké?' blijkbaar zijn idee van collega-paragliders helpen is. Zijn eigenlijk ook geen regels voor, natuurlijk. Heeft meer te maken met fatsoen en goed vliegmanschap...
Enfin, na drie kwartier weer terug op de startplek. Spullen ontward, ingepakt en naar beneden gelopen. De liftbaas was allang naar huis. Claus niet, die stond bij het middenstation met de auto klaar voor de repatriëring richting appartement. Klasse.

Buitenlanding
Sinds Collin en ik met Hemelvaart op de wei voor ons appartement geland waren, althans: ik een weiland te ver maar dat is een heel ander spectaculair verhaal, was de boer benieuwd of we dat dit weekend weer zouden doen. Geen probleem, Collin heeft altijd een echte windzak bij zich, alleen dan moet je het niet zondagochtend onder kerktijd doen, natuurlijk. Want dan zit Die ganze Familie bei Herr Pfarrer! We wachtten maar niet totdat de kerkdienst afgelopen was.

De wind was helaas weer cross uit het westen, net als vrijdag, dus dat betekende een zogenaamde 'Claus'-start. Gelukkig wel lekker straf, krachtje drie. Gezien mijn escapades op zaterdag had ik het voorrecht om als eerste weg te mogen starten. Althans, dat zeiden ze tegen mij. In dit geval was echter niet zozeer sprake van een voorkeursbehandeling, als wel de behoefte aan een winddummy. Nu staan er in mijn logboekje bij meerdere vluchten de opmerking 'winddummy', dus dat was mij wel toevertrouwd. En inderdaad: opzetten richting lift, loskomen en naar rechts wegdraaien en van de berg wegvliegen. Appeltje, eitje.
De landing bij de boer was helemaal piece of cake. De mobiele windzak van Collin hing zo slap als een vaatdoek, dus iedereen kon op zijn gemak hoogte afbouwen en landen op het weitje tussen de koeien. Jammer dat we die dag allemaal nog naar huis moesten, want de vliegcondities beloofden goed te worden. Claus besloot dan ook nog een middagvluchtje te maken en daarna pas af te reizen.
Ondanks het beperkte aantal vluchten en winst aan hoogtemeters, de inversielaag lag om en nabij de starthoogte, toch nog even lekker het scherm 'gelucht'.


Klik hier voor nóg een weekje Andelsbuch...



Reisverslag Spanje
Air Time Paragliding Sport

Vliegsafari 4 november 2000.

De Air Time bus met Joop, A3 en Max was na een vlotte reis al weer snel op de winterstek in Zuid Spanje, in La Herradura, om hier de komende maanden het koude en natte Nederland te ontvluchten. Maar..... na een week was het al gedaan met de rust, hulp Joep en vriendin Bianca zijn ook gearriveerd, helaas niet geheel zonder problemen. Ze kwamen hier aan met Joep's gele liefde op een autotrailer en de aanhanger met de motoren er achter. Een kapotte koppakking en dynamo was het probleem. En op 4 november konden we 14 van die bleekgezichten ophalen op het vliegveld van Malaga, voor de vliegsafari. Het eerste onder komen was in Valle de Abdelajis, dit is een vlieg gebied ongeveer 50 km. NW van Malaga. Hier ligt een schitterende vlieg berg in een adembenemende omgeving. Zondag, onze eerste vliegdag, de wind leek erg noord te zijn, dus eerst op naar de noord start. Het omhoog rijden was voor de Opel Corsa's wat te veel van het goede en als we de rest van de week ook nog met deze auto's wilden doen, dan moesten we zeker deze weg niet meer nemen. Gelukkig lukte het met onze Ford bus beter. De start is er een van de categorie stijl, klein en weinig ruimte om de start af te breken, zoals zo veel starts in Spanje. De bewolking zag er erg dreigend uit, in de vorm van een wasbord, dus eerst maar een rond toertje en wat koffie. Gelukkig brak de bewolking en het was nog steeds erg rustig. Een stuk of tien grote gieren lieten even zien hoe het moest en ja hoor, in no time was iedereen in de lucht en konden we die gieren eens laten zien dat die Hollandse piloten het ook konden. Sommigen persten er nog twee uurtjes airtime uit. Helaas zag het er op maandag niet zo goed uit, het trok al snel dicht, dus konden we deze dag afreizen naar La Herradura, waar het bivak was voor de rest van de week. Dinsdag richting de Sierra Nevada. Harde wind was de spelbreker voor deze dag, met wind snelheden van ruim over de honderd km/u werd het wandelen naar een Tibetaans klooster in de bergen. Drie maal om de tempel gelopen en wat offers gebracht, wij kijken niet op een schermvlieger meer of minder, voor een beter verloop van de week. En toen een mooie rondreis door de Alpujaras, naar het stadje Trevelez, waar de beste lucht gedroogde ham vandaan komt. Moe en met de nodige dosis cultuur kwamen we s' avonds weer thuis. Woensdag wordt het de stek Padul noord, omdat er nog steeds een harde noorden wind staat. Ja, dat is even schrikken voor de groep, een straffe wind en en ook deze maal geen makkelijke start. Joop weet er wel raad mee en helpt iedereen de lucht in. (lees schopt) B-lijn Bob krijgt er geen genoeg van en perst er nog twee uurtjes uit. Donderdag, D-day op Otivar, als een speer ging het omhoog en er konden weer lange thermische vluchten worden gemaakt. Mark stal de show met een goden vlucht: Joop ik vlieg nu op 500 m. boven de start, heb je iets voor mij te doen? Ja hoor, vlieg maar naar die piramide daar rechts van je. Na het nodige draai werk van Mark: Joop ik heb er weer 500 meter bij! Vlieg dan maar naar die kam rechts van je. Als een volleerd piloot schroeft Mark door. Nu wordt het echt spannend, de grote verrekijker moet er aan te pas komen. Hoogtes en posities worden uitgewisseld. Gelukkig kent Joop het gebied op zijn duimpje en dus weet hij Mark via de juiste bergketen naar de kust te loodsen. Ok Mark, zie je nu die grote waterton? Hoe hoog kom je daar aan? 700m. nog over, ok dan ga je het halen. Een ieder op de start ziet het in verte met moeite Mark gaan. Joop belt A3 op de camping en meldt dat Mark er aan komt en even later horen we Max blaffen door Mark zijn porto. Wat zijn we allemaal trots! Helaas voor Mark moet hij de rest van de middag bij A3 blijven, want hem ophalen is wel iets te ver. Op de terugweg kopen we, met de kennis van onze vliegende slijter Jack, de nodige spuit champagne en besluipen Mark op de camping. Drijf en drijf nat en een bult op zijn hooft omdat hij wilde vluchten, tja dat kan je verwachten van Kapitein Mark.
Vrijdag naar de Sierra de Moclin, ten noorden van Granada. Helaas staan er grote lenticularis wolken en is het temperatuur verloop in de hoogte niet geschikt voor thermische vluchten. We staan met z'n allen al snel weer op de landing. Helaas had onze Shuttle Bunny de bus vast gereden, maar dat verhaal zal ik jullie besparen. Ondanks de lenties wil Joop nog even langs Cenes de la Vega bij Granada, daar komen we toch bijna langs. En yes, een goede keus, een prachtige zonsondergang vlucht met een schitterend uitzicht over Granada. Het einde nadert. Zaterdag, de laatste dag. Otivar lijkt een goede keuze en na een paar vluchtjes besluiten we ons geluk nog even aan de kust te beproeven, maar er is niet genoeg wind om te soaren. Joop heeft nog wat in petto, dus op naar Alfamar 500 voor een glijdhoek wedstrijd. Er zijn diverse kleine strandjes waar je op kunt tussenlanden. Joop vliegt als eerste om te kijken hoe ver we kunnen komen. Een lichte tegenwind, maar hij haalt toch bijna 4 km. en landt riant op Plaja de Velilla, voor een strandtent, altijd handig. Claus E-lijn vliegt proef aan de Astral 2.28, koerst ruim over Joop heen en hij glijdt nog 500 meter verder. 10 man redden het strand van Velilla, de rest moest op een ander strand landen. Het was voor allen erg spannend en een prima afsluiting van deze vliegweek. Na een slot bespreking op het terras en genieten van de laatste zonnestralen, kan iedereen zijn spullen gaan pakken voor de terugreis.



De Bus naar Chamonix
Will Bartels


De E-lijnbus is tijdelijk geparkeerd, na onze trip in het weekend van 6 oktober.

's Ochtend stond het ijs op onze tentjes. Chamonix ligt redelijk hoog. Nog verder naar het eind van het jaar zal het hier zeker goed koud kunnen worden, en wordt de kans op lange vluchten ook steeds geringer. Reden om een volgende rit naar Chamonix tot het voorjaar uit te stellen.
Maar voor ons was het weekend een succes. Het weer was een gok, de voorspellingen waren niet gunstig. Achteraf blijkt dat het in de hoge bergen toch vaak heel ander - in ons geval zonniger - weer kan zijn.
Tom en ik waren het meest in voor het vliegen, Pepijn en John deden ook serieus aan mountainering op hoog nivo!

Om boven te blijven was het flink werken. De vrijdagmiddag, na aankomst in de vroege ochtend en een rit van ca. 10 uur door een vrijwel constante stroom regen, weken we - vanwege de laag hangende bewolking - uit naar het eind van het dal. Daar lukte het met moeite een vlucht van een klein uur vol te maken. 

De dag erop. Prachtig wakker worden met een heldere lucht en de witte schitterende Mont Blanc als decor. Onze camping 'la Rosieres' gesitueerd aan de rand van het stadje, is zomer en winter open en compleet met eindeloos warme douches.
Ditmaal makkelijker bovenblijven. Zonnig. Twee vluchtjes van ieder ruim een uur vanaf zuidstart 'Plan Praz'. Met Mike Nooij heb ik hier, al weer bijna tien jaar geleden, mijn eerste memorabele deltavlucht gemaakt. Ruim drie uurtjes, op en neer jojo-end tot boven de vier kilometer om beneden steeds weer wat op te warmen. Over gletsjers met daarop de zwoegende mountaineers.
En uiteindelijk landen met de benen door de boomtoppen op een voor ons en onze deltas toen nog piepklein veldje in het stadje. Met de parapente nu bleef de actieradius beperkt evenals de hoogte. Edoch, mooie vluchtjes.

De zondag vroeg d'r uit en bepakt met stijgijzers, pickles en tuigjes de noordhelling op. Kabinelift naar 'Aigle du Midi', hoogte bijna vier kilometer. Plan is met ons vieren vanaf de lift nog wat hoger te klimmen, om uiteindelijk op een gletsjer te starten. Gisteren meldde het weerbericht voor hierboven windsnelheden tot 100 km/h aan. Vandaag is het nog altijd te hard en besluiten Tom en ik te wachten. John en Pepijn vergeten het vliegen even en beginnen aan een onvergetelijke bergklimtocht. Pepijn start nog geheel onervaren in Johns kielzog. Hij leert snel en is verkocht aan het gezwoeg door sneeuw en over ijs op grote hoogten.
In de namiddag maken wij nog een glijvlucht vanaf een lagere nivo, met minder startwind en met voor niemand een mogelijkheid boven te blijven. Te laat gestart.

Dezelfde zondagavond moe terug, opnieuw in de stomende regen. Aankomst in Amsterdam, de volgende ochtend om zeven uur en aan het (teken-)werk om negen uur.

Overigens houd ik me aanbevolen met een aantal mensen naar een, ook in de wintermaanden, thermisch zeker gebied af te reizen. Waarbij ik eigenlijk alleen aan Tenerife denk, als betaalbare mogelijkheid. (wie heeft andere suggesties?). Dus misschien kan de bus eens die kant op vliegen.
Dit voorjaar was ik in Turkije, aan de grens met Sirië. Maar dit was qua vliegen geen succes. In mijn ogen is het weer hier in de winter te onzeker om het nog eens te proberen.



Een onverwachte vlucht
Marco Verhoog

Bezau 2000-2001

De wind staat pal zuid en trekt aan tot bijna kracht 3 als we naar het dorp Bezau beneden ons kijken. Collin is net gestart en hangt bij gebrek aan thermiek al bijna boven de landingsplaats. Bart is, na even gesoard te hebben, ook richting dal gedraaid nadat hij uit de band met stijgwind gezakt is. Maaike staat met harnas aan en scherm in haar armen klaar om haar startplek op te zoeken. Ik vertrouw de windkracht in combinatie met haar gewicht echter niet en vraag haar even te wachten. Ik loop naar rechts waar Jodok Moosbrugger van Gleitschirmschule Löffler zijn cursisten aan het wegstarten is. Hij adviseert mij om Maaike dertig meter lager weg te laten starten. Daar zal de wind minder zijn.  Eenmaal afgedaald komt de wind af en toe met harde vlagen vanuit zuid-zuidoost en veroorzaakt dan ook twee mis-starts. Over de radio vraagt haar vriend Maarten, die Maaike op de landingsplaats binnen zal praten, of ze al airborne is. Maaike bevestigd dat ze bijna airborne was, alleen niet op de correcte manier. Nadat haar uitgelegde scherm door de aanwakkerende wind weer eens omhoog geblazen wordt, besluiten we nog een stuk lager en meer naar rechts te gaan staan. Op de plek waar Jodok net een cursist vlekkeloos heeft weggestart. Terwijl Maaike een fieldpack maakt en erheen loopt, ploeter ik ook door de sneeuw om naar boven te gaan en mijn spullen te pakken. Ik heb besloten van dezelfde plek als Maaike te starten. Better safe than sorry, we hebben nog een hele week te gaan. We zijn met zes paragliders naar Oostenrijk afgereisd om daar Kerst en Oud&Nieuw te vieren, lekker te skiën en af en toe een vluchtje te pakken. 'We' zijn Maaike van Beers, haar vriend Maarten van Amelsvoort, Jan Wildenberg, Marco Verhoog, alle vier met brevet 1 Berg, en Bart Koster en Collin Hamming, beiden met brevet 2 Berg. Maaike en Maarten zullen voor het eerst zelfstandig vliegen en Bart vliegt voor het eerst met een eigen uitrusting. Maaike en Bart vliegen met een Arcus, Maarten vliegt met een Ignition, Jan vliegt met een Session en Collin en ik zijn lid van de Vector-club. Het plan voor deze tiendaagse vakantie werd vorig jaar zomer gemaakt, toen we optelden hoe vaak we al niet bij Andelsbuch gevlogen hadden. Misschien eens een keer de Diedamskopf nemen? Joop Bernard raadde ons aan de Diedamskopf 's winters te bezoeken, want dan is het daar, net zoals aan de Bezau-zijde van de Niedere, beter vliegen dan in de zomer.

Hintere-Niedere

Als ik met mijn pakzak weer tot bij Maaike ben afgedaald, heeft zij haar scherm al uitgelegd en staat klaar om weg te starten. De wind is op deze plek inderdaad een stuk minder en komt recht van voren. Na een laatste check zet ze dan ook beheerst haar scherm op, doet drie stappen en is airborne. Even later sta ik ingehangen klaar en ben met twee stappen airborne. Als de wind goed staat, vind ik de Bezau-zijde, de Hintere-Niedere, stukken prettiger starten dan de andere kant, de Vordere-Niedere aan de Andelsbuch-zijde . Daar moet je bijna de 100 meter sprint binnen 11 seconden kunnen lopen voordat je airborne bent. En daar moet je met die sneeuw toch niet aan denken. Op de Hintere-Niedere ligt nu ook wel sneeuw, het is per slot van rekening winter, maar omdat de helling schuiner is kom je toch makkelijk los. Ik geniet dan ook dubbel en dwars van mijn vlucht op de tweede kerstdag. Hoewel in het dal geen sneeuw ligt, bieden de bergtoppen om mij heen een onvergetelijke winterse aanblik. Onbeschrijfelijk mooi. De eerste kerstdag was niet vliegbaar en hebben we moeten besluiten om bij Warth te gaan skiën. Een hele gezellige bedoening, ook al doordat Jan's vrouw en drie kinderen deze week mee zijn gekomen.
De zondag voor kerst hebben alleen Collin en Bart gevlogen. Maarten en Maaike kijken eerst de kat uit de boom en ik ben nog te vermoeid van de nachtelijke autorit van vrijdag op zaterdag. De boer die onze Feriënwohnung verhuurd heeft er geen bezwaar tegen als Maaike en ik op zijn wei wat opzetoefeningen gaan doen. Collin en Bart nemen de gondellift naar boven, maar krijgen al bij het dalstation te horen dat het boven door de te sterke wind niet vliegbaar is. Zij krijgen het advies om vanaf het middelstation te starten. Nooit gedaan, maar toch maar gegaan.

Sonderdach

Als je bij Bezau met de lift omhoog gaat, kun je bij het middelstation uitstappen en, op ongeveer een kwartier gaans, naar de startplaats voor Gasthof Sonderdach lopen. Deze startplaats ligt op 1250 meter hoogte en met de landingsplaats op 650 meter net hoog genoeg om een hoogtevlucht te kunnen maken. Zowel Bart als Collin maken een probleemloze start op deze voor ons nieuwe startplek. De startwei is niet echt groot, maar heeft een lekkere hellingshoek, waardoor je toch relatief snel airborne bent. Volgens Collin.
Een dag na onze geslaagde vluchten op tweede kerstdag kunnen we dat proefondervindelijk zelf vaststellen. Maarten en Jan gaan hun eerste vlucht van deze vakantie maken, Maaike blijft vandaag op het landingsveld om vandaar aanwijzingen voor het landen te geven. Boven op de Hintere-Niedere staat een hardere wind dan op tweede kerstdag. Maarten ziet dat niet zitten, hij vindt dat toch een beetje te heftig voor zijn eerste zelfstandige vlucht. Jan heeft ook zo zijn twijfels over de windkracht, zodat Collin en ik met hen terug gaan naar het middenstation om vanaf Sonderdach weg te starten. Bart blijft boven en zal die dag zijn persoonlijke duurte-record verbreken.
Eenmaal bij Sonderdach aangekomen beweegt het windvaantje beduidend minder sterk dan we boven zagen. Terwijl ik het traditionele paraplasje maak, legt Collin de startplek aan Maarten en Jan uit. Hij wijst aan waar het landingsveld is (recht vooruit) en waarschuwt voor de boomtopjes (zo'n beetje rond de hele startwei). Terwijl ik rustig mijn scherm uit mijn pakzak haal, lijkt het Maarten een beter idee om niet als eerste te gaan. Traditiegetrouw valt de keuze voor winddummy dan natuurlijk weer op mij. Eenmaal ingehangen is het toch even diep ademhalen om als eerste weg te gaan op een nieuwe startplek. Maar als Collin het drie dagen eerder gelukt is, moet ik het ook kunnen. Mijn Vector is het helemaal met me eens en komt omhoog als een jongeheer in de damesdouche. Voor ik er erg in heb vlieg ik over de bomen voor de startplek weg en draai naar rechts om nog wat stijgwind te pakken te krijgen. Behalve een bijzonder turbulente vlucht levert dat geen noemenswaardige hoogtewinst op, dus rap naar links gedraaid en het landingsveld opgezocht. Er zit vandaag niets anders in dan een glijvlucht. Eenmaal geland zie ik dat Maarten de rustige 'weg' gekozen heeft en recht-zo-die-gaat vanaf Sonderdach richting landingsveld vliegt. Even later volgt Jan, die dezelfde route vliegt. Het wachten is op Collin die als laatste weg zal starten. Vanaf de landingsplaats van Bezau kun je perfect zien of iemand die op Sonderdach start zijn of haar scherm goed beheerst. Nu is dat bij Collin geen probleem dus na een probleemloze start staat hij zes minuten later ook bij ons.
Nu iedereen zijn of haar vlucht gemaakt heeft en af en toe op de lange latten heeft gestaan, kan de stemming niet meer stuk. Alleen het weer kan nog roet in het eten gooien en doet dat dan ook. De komende drie dagen wordt er sneeuw verwacht, die ook daadwerkelijk valt, dus de pakzakken kunnen voorlopig dicht blijven.

Diedamskopf

De meteorologen verwachten een weersverbetering rond de jaarwisseling. Als het weer meezit, kunnen we misschien op Oudejaarsdag vliegen. Als we die ochtend bij het dalstation het weerbericht lezen, geeft die aan dat de meteowind de hele dag noordwest zal staan. Dat wordt dus niet vliegen vanaf de Diedamskopf, want daar hebben we een windrichting vanaf west tot en met zuidoost voor nodig. We besluiten dan maar op de Diedamskopf te gaan skiën. Wie schetst onze verbazing dat op het moment dat we in de auto's stappen, Bart ineens zegt te gaan vliegen vanaf de Hinter-Niedere. Wij wensen hem veel succes. Eenmaal skiënd op de piste van Diedamskopf roept Bart ons op via de radio. Wij denken eerst dat hij alsnog komt skiën, maar neen, hij meldt doodleuk aan het vliegen te zijn bij Bezau! Wij wensen hem weer veel succes. Het is dan wel even een tijdje stil in ons groepje. Gelukkig zien we geen paragliders op de Diedamskopf. De Diedamskopf zien we zelf af en toe ook niet omdat er geregeld pakken wolken vanuit het dal omhoog komen. Eigenlijk dus gewoon dalwind, maar niet vliegbaar, want je hebt geen dalzicht.
Denken wij. Omdat we dat zo geleerd hebben.
De praktijk blijkt weer eens de beste leermeester, want na het middaguur beginnen er ineens schermen op de flanken van de Diedamskopf te voorschijn te komen. Wij zijn zeer benieuwd. En inderdaad, het duurt niet lang of de eerste start weg en begint doodleuk in een wolk vliegend voor de startplek heen en weer te soaren. Al gauw gevolgd door nog vier paragliders. Eén daarvan start zelfs met ski's. Maarten heeft met één van de vliegers gesproken en weet gelukkig te vertellen dat het zeer vergevorderde vliegers zijn. Wij hoeven ons dus niet schuldig te voelen dat wij niet vliegen met af en toe zero visibility. Jammer. Volgende keer beter.
Wij zijn zeer benieuwd naar Barts bevindingen en als wij elkaar 's middags in Bezau weer treffen op onze vaste dagelijkse bierstek, de Bezauerhof, heeft Bart een grote grijns op zijn gezicht en verklaard heerlijk gevlogen te hebben na toch ook eerst ruim anderhalf uur met een klein groepje vliegers boven op de Hinter-Niedere gewacht te hebben totdat een hardnekkige wolk oploste. Er is in zo'n geval natuurlijk volop ruimte voor een goed gesprek, onder andere met een Zwitserse geestelijke die ook paraglider is. Per slot van rekening is het zondag en dan kan een stichtelijk woord geen kwaad. Marte, de serveerster, weet ons tussen het tappen van de bierpullen door de weersverwachting voor nieuwjaarsdag te vertellen. Het beloofd vliegbaar te worden. En dat opent perspectieven tot het maken van een onverwachte, historische vlucht. Want ineens beseffen wij dat je dan wel een heel aparte datum in je logboek kunt zetten!

Nieuwjaarsvlucht

De jaarwisseling houden we rustig, zodat we nieuwjaarsdag met een fris hoofd op de berg staan. De wind komt uit de goede hoek, het zonnetje schijnt en er komen vanuit verschillende hoeken en gaten paragliders opduiken. Zo ook weer de vliegende pater uit Zwitserland, in vliegende vaart en goed gehumeurd; op zo'n berg voelt hij natuurlijk beter dan ons gewone stervelingen de aanwezigheid van hogere machten. Na de gebruikelijke nieuwjaarswensen en Grüss Gott-ies staat Maaike als eerste klaar om weg te starten. Er staat minder wind dan op tweede kerstdag, dus ze kan helemaal van bovenop de Hinter-Niedere weg starten. Niet dat ze daar blij mee is, want ze dacht dat we vanaf Sonderdach zouden starten. Dat is een stuk minder lopen vanaf de lift! Maar niet getreurd, want als Maaike eenmaal boven is aangekomen pakken Collin, Bart en ik haar spullen uit, leggen haar scherm klaar en hoeft zij alleen nog maar haar harnas aan te trekken. Ze zet haar scherm beheerst op, gaat in de vorlage, doet twee stappen en is airborne. Ik leg mijn scherm op dezelfde plek en ben zo snel weg dat Bart, die met zijn rug naar mij toe stond om zijn spullen uit de pakzak te halen, over de radio moet vragen waar ik ben: "Waar zit je? Hang je al?" Ja, en zelfs hoger dan de lokale piloten die dan in de lucht zijn. Maar net zo snel als ik gestegen ben, zak ik er ook weer uit. Ik vlieg nog een stukje verder, maar verderop langs de kam valt ook geen zuchtje stijgwind of thermiek te vinden. De pret zal niet van al te lange duur worden. Als ik achterom kijk zie ik verder niemand op mijn hoogte of daarboven zitten, dus voor de startplek valt ook weinig te soaren en het heeft dus ook geen zin om te keren en daar wat te zoeken. Collin en Bart starten niet veel later en besluiten ook om langs de kam te vliegen. Op zoek naar een beetje lift. De zon verdwijnt echter snel achter een dik wolkendek en het duurt niet lang voor iedereen er uit begint te zakken. Maar dat mag de pret niet drukken. De Nieuwjaarsvlucht is gemaakt! We hebben 01-01-01 in ons logboek staan! Maarten, die landingsplaatsbinnenprater van dienst is, staat te trappelen om ook naar boven te gaan. Hij zal met Collin een geslaagde vlucht vanaf Sonderdach maken. Zij gaan niet helemaal naar boven, omdat er vanaf de Bodensee wel hele donkere wolken binnen drijven en ze niet het risico willen lopen eenmaal boven gekomen geen vlucht te kunnen maken. Bart en ik zijn dan al bezig met de terugreis naar Nederland. Alweer plannen makend voor de volgende trip. In ieder geval willen we proberen om volgend jaar op Nieuwjaarsdag weer een vlucht te maken. Lijkt ons een goede traditie.



Weekend Porte du Soleil
Luc "Skywalker" Akkermans

Januari 2001

Het idee om een lang weekend te gaan skiën/vliegen was al geboren in het najaar van 2000, maar had nog geen concrete vorm gekregen. Mijn beste vliegmaat Pepijn en ik maken samen al zo'n 10 jaar de Alpen onveilig. Porte du Soleil is voor ons een vanzelfsprekende keus vanwege zijn 700 km piste, goede startmogelijkheden, een supergoedkoop nederlands ski-auberge, en bovenal het goede weer! 
Mede door onze ruime ski-ervaring hebben we (bijna) alle 220 liften en pistes al tijdens eerdere jaren eigen gemaakt. Uitgerust met porto's en GPS creëren we via off-piste onze eigen routes door de ongerepte sneeuw en maken tochten door bossen via hutten en andere onbekende paden.
Omdat we 'maar' met ons tweetjes zouden gaan besloten we via de E-Lijn een oproep te doen om gelijkdenkenden mee te doen delen in onze plannen. Stef "de Vliegende Limbo" en Max Morriën stemden in om voor 2 dagen mee te gaan, de achterbank werd ingevuld door 2 beelschone vrouwelijke collega's van Stef die voor het camera werk waren gecharterd. Nederlands kampioen Ruud van der Heyden zag het helemaal zitten en besloot tot en met dinsdag ons gezelschap te houden. Rik van den Biggelaar en zijn partner wilde toch de Vogezen aandoen vanwege de grote afstand, wat achteraf een foute beslissing bleek, de wind gooide daar het roet in de sneeuw.

Zaterdagochtend 13 januari
In het donker klimmend naar 1822 meter met gedimde lichten, zo had je het beste zicht, kwam de ski-auberge treurig tevoorschijn uit de mist. Onder de nieuwkomers daalde de stemming nog meer nadat ze het vooroorlogse gebouw nader hadden geïnspecteerd. Gammele deuren, een vage geur van bier en rook, krakende en plakkende vloeren. Hadden we ons hier nou zo op verheugd?
Onwennig en koud, nog suf van de reis, stonden we niet veel later op weg naar boven in de ankerlift. Vliegen zat er niet in, veel te koud, geen zicht.....totdat we 200 meter hoger waren! Een helder blauwe lucht, prachtige besneeuwde bergen, een schitterend uitzicht over een wolkendek dat het dal hermetisch afsloot. De stemming veranderde zichtbaar op ieders gezicht. Geweldig! dus toch vliegen! Stef zag het helemaal zitten, totdat bleek dat het landingsterrein, pal voor de ski-auberge gelegen, enkel op de tast gevonden kon worden. Speurend naar uitwijkmogelijkheden besloten we wijselijk om vandaag het gebied nader te verkennen door een skitocht te maken. 
Na een lekkere lunch te hebben genoten op een zonovergoten terras, splitsten we de groep vanwege het bereik van de skipassen. Klokslag 15:00 zouden we weer verzamelen om de terugtocht van zo'n 10 km te aanvaarden. In dit uitgestrekte gebied is het noodzaak bepaalde verbindingsliften voor sluitingstijd te hebben gepasseerd. Zoniet mag je kiezen tussen een taxi of overnachten.
Na een half uur tevergeefs de wacht te hebben gehouden op de afgesproken plek besloot ik mij weer aan te sluiten bij Pepijn en Ruud. Via de portofoon kreeg ik te horen dat een van de dames alleen was gesignaleerd vanuit de lift. De andere groep was uit elkaar, en hadden geen porto's. Vanwege tijdgebrek moesten ook wij aanstalten maken om te vertrekken... als dat maar goed gaat!
Bijna 'thuis' gearriveerd begroette Stef ons op de piste. Waar de rest was? Geen idee. Wel wisten waar de bar was. Après ski hoort nou eenmaal bij skieën. Sterke verhalen over mooie pistes, grote afstanden, en vermissingen deden het bier nog beter smaken. Gelukkig kwamen Max en de 2 dames spoedig daarna doodvermoeid binnen. Blij dat de groep weer samen was. De dag eindigde voor de meesten na het avondmaal, vermoeid maar tevreden zocht we ons bed op.

Zondag 14 januari
Tijdens het ontbijt vernam ik dat Max, Ruud en Pepijn de disco hadden bezocht hoger op de berg. Of zij waren muisstil om middernacht binnengekomen of ik lag zwaar in coma. Niks gehoord of gezien. Stef, Max en de dames lagen nog steeds in bed. Het waren nèt zij die de afspraak hadden gemaakt om klokslag 9:00 uur klaar te staan.
Pepijn die zoals gewoonlijk als eerste klaar is, was van plan deze afspraak gestand te houden. "Geen getut, ze weten waar start is, ik ga." Geen woorden maar daden dus. Ruud en ik volgden. Het wolkenniveau was vandaag precies goed, het dal was wederom afgesloten, echter de basis lag nu lager. Een strak blauwe hemel en een startbriesje deed ons besluiten om vanaf de achterkant te starten. Met ski's. Pepijn en ik hadden hier reeds eerder ervaring mee opgedaan.
Hoewel? De helling was aanzienlijk steiler en niet geprepareerd. Alles gereedliggend, deed wind de pent steeds opwaaien. Geïrriteerd door dit oponthoud besloten Ruud en ik Pepijn te helpen met de start. Net toen Pepijn in de starthouding stond, arriveerden ook de anderen. Gespannen keek iedereen toe hoe het scherm zich vulde nadat Pepijn zich liet wegglijden vanuit de krampachtige 'pflug' houding. Het scherm bewoog naar links en Pepijn naar rechts. Een buiteling volgende waarna Pepijn 10 meter lager onder een hoop sneeuw tevoorschijn kwam. De duidelijk geamuseerde dames, die dit voor het eerst aanschouwden, vonden Pepijn een echte held. Gaaf! Stoer zeg! 
Twijfelend aan deze plek ging de rest elders op de berg een betere startplek zoeken. Ik bleef alleen achter en besloot mij startklaar te maken. De wind was gaan liggen. Gespannen hield ik mijn risers hoog. Weggezakt in de sneeuw, zonder ski's ditmaal, mijn bril beslagen, begon ik het gevecht met de berg. Dansend als een fakir op hete kolen tilde ik mijn knieën op, versnellen en nog meer versnellen was mijn doel. Lange tijd voelde ik dat mijn scherm wel gevuld was, maar niet droeg. Uiteindelijk kwam ik los door extreem voorover te hangen en lichtjes aan te remmen. Kolere! Hijgend meldde ik via de vox die mijn porto bediend, dat Skywalker airborn was!
Na de start wendde ik meteen naar rechts om aan de voorzijde van de berg te komen. Yes! Hier doe je het voor! IJskouwe handen stuurden de pent boven de skilift. Hiermee trek je de per ongeluk de aandacht van tientallen anderen kijkend met open mond vanuit de stoeltjeslift. Ik kon kiezen uit twee landingsplaatsen. De hoogste, dit was het dalstation van de stoeltjeslift, leek mij de beste. De lage landingsplaats zou mij in problemen brengen omdat mijn ski's boven op de berg stonden. Een sleeplift zonder ski's is geen optie.
Een redelijk vlakke piste nabij de lift was mijn doel, wetend dat dit tegen de regels was. Behendig flarede ik de blauw/gele Perché Vektor op de piste. Voldaan meldde ik mijn geslaagde landing over de porto. Tegelijkertijd kwam een ouder iemand met een gezaghebbende pas op mij af stevenen. Ik herkende hierin de plaatselijke vliegschoolhouder, die mij in het duits erop wees dat dáár (wijzend) het privélandingsterrein was. Verdedigend antwoordde ik de vragen of ik wel gebrevetteerd was, verzekerd was, en een registratie nummer had in mijn scherm. Ik beloofde hem plechtig dat ik 'meine Freunden' zou instrueren. Ik bedankte de man die, inmiddels rustiger, aanstalten maakte om weer te vertrekken. Later die week hoorde ik dat ooit eerder een gestrande piloot hangend in de liftkabels de goede naam van zijn vliegschool in diskrediet had gebracht.
Met een tevreden gevoel parkeerde ik mijn pakzak bij het liftstation en informeerde al kijkend in de lucht wanneer de rest zou starten. Pepijn was klaar voor de 2e poging die ochtend. Net gearriveerd was ik getuige van zijn 2e misstart. Nu was ik de held, vonden de dames. Pepijn, wit als een sneeuwpop, begon aan zijn klim. Dikke zweetdruppels bevestigden dat dit loeizwaar is. Zelfs voor iemand met een 'adonis' figuur en een super conditie.
Ruud was de volgende. Een aantal lokale piloten gaven ons eerder het voorbeeld hoe het wel moest. Echter was hun aanloop ook langer dan normaal en zakten behoorlijk uit. Vertrouwend op de vaardigheden van Ruud, vertelde ik trots aan een Franse piloot dat zojuist de de "Champion de Pays-Bas" gestart was. Fronsend keek hij hoe het scherm wegkwam met een ingeklapt oortje, sterk dalend, vloog Ruud met min 3 wendend naar rechts. Oei! blijvend zakkend naderde hij het zadel. Dit zou zèèr krap worden.....de schaduw verraadde zijn krappe hoogte... met 1 meter resterend vloog hij rakelings door een greppel.... Hij haalde het nèt!
Max duidelijk niet onder de indruk maakte zich startklaar. Behendig legde hij op de Australische manier zijn scherm goed. Zonder skies, zoals iedereen tot nu toe, maakte hij een voorbeeldige start. Pepijn besloot geen poging meer te wagen vandaag. Zijn jas en handschoenen lagen op de grond en hielp Stef met zijn uitrusting klaar te maken. Mèt skies. Da's stoer. Niks hielp om Stef te overtuigen dat deze helling beter voetstartend te nemen was. De dames beiden uitgerust met camera's en filmapparatuur legden alles vast. Pepijn lag kreunend op de grond om Stef's massa op zijn plek te houden. Geamuseerd door dit spektakel zat ik op mijn gemak te genieten van de warme zon. Na een startsein maakte Pepijn zich uit de voeten en Stef's onderlichaam vertrok. Zijn bovenlichaam afgeremd door de blauw witte Allegra ging minder hard dan zijn dan hij zou willen! Dit tafereel eindigde 10 meter lager in de sneeuw. 
Poging 2 zou geen probleem worden. Stef duidelijk overtuigd van zijn vorige fout, zou toch weer met ski's starten. Onvermoeid vol vertrouwen startte hij weer en gleed naar het diepe. Ook nu weer achteroverhangend, geremd door de pent kon hij de dames niet overtuigen dat dit een makkie was. Klimmend naar boven, mompelend dat dit toch wel zwaar was, en dat de ski's niet zo comfortabel waren gaf hij het niet op. Even bijtanken, handschoenen nat, helm nat. Was dit van de zweet of van de sneeuw?
Poging 3. Inmiddels een tint bruiner geworden riep ik een weer startklare Stef toe, dat hij zijn helm niet op had. Die was te nat vond hij. Tsja, als ik mocht kiezen had ik liever een natte kop dan een kapotte kop, dacht ik bij mezelf. Ditmaal lukte zijn start succesvol! Zonder ski's en zonder helm. De Allegra droeg hem op royale hoogte door het zadel op weg naar de landingsplaats. Ook hij schaarde zich nu tot de macho's. (vonden de dames....)
Stef, Pepijn, de dames en ik hadden besloten om naar de Foilleuse te skiën. Een schitterend zonne-terras in Zwitserse Morgin gunde ons een lekker biertje. Ruud en Max wilden graag nog een tweede vlucht maken en bleven op de thuisberg. Terwijl Pepijn en Stef ondertussen waren gaan racen bleef ik de dames gezelschap houden. Hun porto's waren na enkele boodschappen helaas leeg. Later in de middag meldden Ruud en Max dat ze onderweg waren naar het terras. Omdat het al laat was moesten we direct vertrekken richting Champoussin, ze hadden gepland bijtijds te willen vertrekken. Via een speciale route, die het mogelijk maakte om met maar 1 lift 5 km verder te geraken, leidde ik iedereen naar huis.
Onderweg riepen Stef en Pepijn ons toe vanuit een lift, we zouden niet treuzelen, ondertussen had ik besloten deze belangrijke lift over te slaan omdat ik Champoussin al zag liggen. Via een een ongemarkeerde piste kwamen we in niemandsland. Het tempo zat er goed in, todat een van de dames een flinke val maakte. Haar zere knie en haar geringe ski-ervaring resulteerden dat ze lopend verder moest. Verdwaasd werd ik aangekeken door de rest. Hoe moest dit nou verder? De GPS gaf mij de richting aan en dat het nog maar 2.3 km ver was. Echter de wolkenbasis gaf aan dat we gevaarlijk laag zaten. Ik bood aan haar ski's op mijn schouder te dragen, en Max nam mijn stokken. Hij was hier maar wat blij mee want zijn stokken stonden bij de Ski-auberge. Dwars aan de helling, rechtstreeks in de richting van de Ski-auberge ploeterden we via alpenweiden door de ongerepte sneeuw naar een lager gelegen pad. Dit pad zou logischer wijs ergens beneden aan de piste weer uitkomen. Zo was het! Eenmaal aangekomen op plaats van bestemming kon de auto van Stef, Max en de dames worden volgeladen om huiswaarts te keren. Hun weekend zat erop!
Iedereen heeft een kort maar schitterend weekend gehad maar wat zeker voor de herhaling vatbaar is!!!



Weekend Vogezen
Jaap Muller

April 2001

Met Ronald, Angelique, Luc, Linda, Jaap, Titia, Pepijn, Tanja, Frans, Karin en Stef, en natuurlijk Jaap Eringa met een grote club gingen we vol goede moed het paasweekeinde in de Vogezen doorbrengen.
Koud dat het was, maar dat wisten we eigenlijk al een beetje, maar zo koud o.k. Eerste dag met de crew naar de Ballon; harde wind en koud natuurlijk. De eerste die startte (Frankie boy) deed het nog leuk. Elke volgende had het wat slechter totdat de laatste - Ivar - met moeite het veld haalde en zijn vermoeide voeten met schoenen en al in het ijskoude water plantte. Die dag verder niets dus.
De tweede dag vol goede moed de Gusty op. Alweer die ijskoude wind maar toch twee aardige vluchten gemaakt. Thermisch was het genoeg of liever heel erg onstabiel. Op het landingsveld zag je piloten met heel benauwde gezichten maar dapper en flink rondlopen totdat een piloot in tranen uitbarst. Koude handen kunnen heel erg zeer doen.
's Nacht was het nog een graadje kouder. 's Morgens zien we her en der ijspegels hangen maar de lucht is (nog) blauw.
Eerst vanwege de wind naar de Ballon maar na enkele starts moesten we stoppen; de wind was compleet omgedraaid. Dan maar terug naar de Gusty. Daar hangen ze inmiddels hoog boven de top uit. De eerste vlucht gaat redelijk; iets minder koud en de wind is veranderlijk. Ik kon na zes uur nog samen met Luc met PAHO meerijden voor een laatste vluchtje (dacht ik) want het weer zou omslaan.
Dat heb ik geweten, zittend in mijn harnas de laatste controle. Waait ineens mijn scherm helemaal voor mij langs, we keken elkaar verbaasd aan. Een helpende hand wilde net mijn scherm terugleggen toen het ineens begon te gieren. Eerst werd ik een halve slag gedraaid en daarna werd mijn scherm tot een worst gedraaid. Iemand snelde toe om mij te helpen en samen werden we van de grond getild en vervolgens over de start gesleurd. De HI van Paho (Iskander) kwam aanrennen en stortte zich op mijn inmiddels gedaalde pent. He he. GVD hoor ik en boven ons vloog - zonder piloot - nog een scherm langs die gelukkig voor de bosrand weer uit eigen beweging daalde. Vlakbij ons zaten een aantal piloten vreemd te kijken zij hadden immers, geen zucht gevoeld. Het was bewolkt en zo'n zeven uur 's avonds, we snapten er weinig van. Dustdevil? Maar dan wel een hele zware. De schade bestond gelukkig uit slechts een geknapte lijn en een afgebroken antenne. Luc start een kwartier later en schroeft onmiddellijk zo'n 700 meter omhoog. De lucht wordt duidelijk warmer. Oorzaak van de wervelwind? Wat er daarna volgde laat de foto zien en behoeft geen commentaar. Echt geweldig was dit weekend dus niet maar wel erg apart om mee te maken. De gezelligheid heeft er in ieder geval niet onder geleden.



Rode Sneeuw
Marco Verhoog

Mei 2001

Met de auto midden in Den Haag stilstaand schrik ik op van mijn mobiel. Collin aan het apparaat.
'Marco', zegt hij met bedrukte stem, 'ik heb op internet gekeken, maar de weersverwachting ziet er niet goed uit. Er wordt dit weekend maar op één plek in de Alpen zon verwacht en dat is in Karinthië. Precies het gebied waar die brochure over gaat die we deze week ontvangen hebben. Wat denk jij er van?'

Touch the sky 
De brochure waar Collin over spreekt was twee dagen daarvoor op de mat gevallen. Een op het eerste gezicht perfect vlieggebied in het zuiden van Oostenrijk, tegen de Sloveense grens. Met de aansprekende en uitnodigende titel touch the sky op de cover gaf het ons de gebruikelijke paraglidervlinders in de buik. Al vanaf de jaarwisseling zitten we te azen op een vliegweekendje in de Alpen, met in het achterhoofd eens een ander vlieggebied op te zoeken dan onze huisberg in Andelsbuch, maar steeds gooit slecht weer roet in het eten.
'Tja', zeg ik peinzend, 'het is natuurlijk wel een pokken-eind rijden. Het is nu bijna twaalf uur en voordat Bram en ik bij jou in Eindhoven zijn, de spullen hebben over gepakt in jouw auto en we weer rijden is het een uur of twee. Tel daarbij op 1150 kilometer rijden, dan zijn we vannacht pas rond twee uur daar. Als het verkeer meezit.'
'Ja', zegt Collin, 'maar het is wel de enige plek in de Alpen waar we dit weekend zeker kunnen vliegen'.
Ik leg de vraag voor aan Bram, die zegt dat het hem niets uitmaakt als hij maar lekker kan vliegen.
'Bel die mensen maar op dat we eraan komen.'
Lekker ontbijten op loopafstand van de startplek
Het is bijna half drie en pikkedonker als we via een heel steil weggetje op weg zijn naar ons appartement. We verblijven niet in Haus Andrea, het pension van André en Isolde Manuel, maar bij zijn buren. André is nog niet klaar met de opknapbeurt van zijn pension. We overvallen hem duidelijk met onze snelle reactie op zijn in Nederland rondgestuurde brochure. Later zal blijken dat hij de brochure nog geeneens gezien heeft en is blij verrast met het door ons aan hem getoonde eindresultaat.
Buiten bij 'ons' appartement staat André's buurman, Herr Haid, één meter zestig 'groot' en in donkerblauw trainingspak gestoken ons plichtsgetrouw op te wachten. Dit ondanks ons verzoek om vooral niet op te blijven omdat we pas midden in de nacht zouden arriveren. Kwiek en monter kijkt hij echter verwonderd toe hoe drie, voor hem, hele grote kerels met bagage en drie pakzakken uit een standaard Ford Focus tevoorschijn komen. Eenmaal in het appartement ligt er suikerbrood op tafel en bier in de koelkast. Kijk, dat staat niet in die brochure, maar is wel heel erg welkom na een lange autorit. Herr Haid weet ons te vertellen dat er diezelfde avond twee paragleiter voor het appartement gevlogen hebben. En wij maar denken dat dat een verkooppraatje was van André in zijn brochure: soaren boven je appartement!

Starten bij de boer
'Jullie moeten maar aangeven wat jullie willen doen vandaag', zegt André Manuel, terwijl hij achter het stuur van zijn Vito kruipt. Het is zaterdagmiddag, even na enen. Na uitslapen, boodschappen doen en ontbijten, zijn we met onze pakzakken naar het naast ons appartement liggende Haus Andrea gelopen. Daar staat ook Ayke, kennis van André en eveneens paraglider, te wachten. Aangezien wij ook niet precies weten wat we willen of wensen, neemt André het initiatief en rijdt ons naar de eerste startplek. Na vijf minuten zijn we er al. We kunnen starten van een weitje bij de boer.
'Dit is voor mij ook een nieuwe plek', zegt André als we uitstappen, 'we zijn hier nog niet zo vaak gestart, maar met zuidwesten wind kun je hier goed starten'.
Nieuwsgierig lopen we de wei in. Inderdaad een prachtige, aflopende startplek. Collin begint meteen zijn spullen uit te pakken, Bram en ik wachten nog even. André stelt voor dat Ayke er eerst uitgaat. Wij kunnen zo makkelijker zien welke route hij vliegt richting dal en waar hij eventueel hoogte zal 'tanken'. Vanaf deze startplek is de landingsplaats net te zien: een lange lap grond van noord naar zuid, langs de weg naast het atletiekstadion. Vanuit de lucht zal dat dus geen oriëntatieproblemen opleveren.Razendsnel uitleggen voordat de wind gaat liggen
Ayke zet zijn scherm op en vliegt langs de bergwand weg. Door de vele elektriciteitskabels naar in de buurt liggende boerderijen, zegt André tegen Collin vooral de koers van Ayke te volgen. Collin zet zijn Vector zonder problemen op en stijgt bij 'take-off' zelfs een stuk hoger dan hem. Bram en ik volgen niet lang daarna. Langs de bergwand richting landingsveld vliegend zien we dat Ayke een goede bel te pakken heeft. Collin volgt hem al snel en ik zet me op dezelfde koers. Helaas kom ik net te laat en is Collin er op dat moment uitgezakt. We proberen zo min mogelijk hoogte te verliezen op de dynamische wind uit het zuidwesten en blijven alert op eventueel loskomende bellen van de verschillende geploegde akkers beneden ons. De na mij gestarte Bram heeft ook een goede bel te pakken en hij gaat dan ook voortvarend omhoog. Collin en ik pakken af en toe hoogte, maar de hoofdprijs blijft uit. Voordat we teveel hoogte verliezen zetten we, na onderling overleg via de radio, koers richting landingsveld. We hebben geen zin onze eerste vlucht van de dag met een buitenlanding te eindigen. Dat houdt alleen maar op. 
Als Bram en Ayke ook 'eindelijk' geland zijn, brengt André ons naar de tweede startplek van de dag: even buiten Wolfsberg op 1200 meter hoogte. Doordat het inmiddels al na drieën is, de bewolking toeneemt en de wind begint aan te trekken, zal er bij gebrek aan thermiek geprobeerd worden te soaren.
'Als je hier gelijk naar rechts stuurt als je los bent', zegt André, 'kun je daar achter die bomen rechts, boven een boerderij, soaren'.
Collin en ik starten vlak na elkaar en zetten koers richting de aangewezen soarplek. Daar blijkt echter dat de wind er niet goed opstaat, zodat we na enkele vruchteloze pogingen moeten besluiten de landingsplaats op te zoeken, omdat we weer geen zin hebben in een buitenlanding. Voordat we het dal en de landingsplaats kunnen bereiken moeten we namelijk nog een kleine bergrug oversteken. Bram en Ayke volgen niet lang na ons. 

Zonsondergang
Tijdens het pakken stelt André voor dat we na het eten nog een vlucht maken. Als de wind goed staat kunnen we dan vlak bij Haus Andrea wegstarten en een vlucht met ondergaande zon maken. Unaniem stemmen we daar mee in: we vinden dat een mooi slot van deze eerste geslaagde vlieg(mid)dag. IJke stelt voor om tijdens die vlucht foto's van ons te maken. Enthousiast verheugen Bram, Collin en ik ons op de eerste avondvlucht van ons leven. André drukt ons op het hart dat we voor het mooie zo veel mogelijk bij elkaar in de buurt moeten blijven vliegen, dat staat beter op de foto's.
De startplek waar we voor onze avond- en formatievlucht vertrekken, is slechts beperkt toegankelijk voor delta-en schermvliegers. Modelvliegers hebben er het eerste gebruiksrecht. Op dit tijdstip zien we echter geen enkel modelzweefvliegtuig. Er wordt gegeten. Daarnaast staat er volgens André erg weinig wind voor de modelvliegtuigen. Het gevaar is dan groot dat een modelzweefvliegtuig niet meer genoeg hoogte kan pakken en uiteindelijk ergens onder aan de berg neerkomt. Dat is een eind lopen voor de modelvlieger. Eenmaal op de startplek staand, maant André ons tot spoed omdat de wind aan het wegvallen is. Razendsnel leggen we de schermen uit en starten vlak na elkaar. Als er één loskomt, trekt de ander zijn scherm omhoog en is met hooguit vijf passen los en weg. Ayke start als laatste, zodat hij mooi foto's van ons drieën, vliegend in de richting van de ondergaande zon, kan maken. André is razendsnel met zijn Vito naar beneden aan het rijden en zal later vertellen dat hij onderweg een keer gestopt is om ons vieren voorbij te zien vliegen. Een prachtig gezicht!
We geloven hem op zijn woord dat het prachtig geweest moet zijn. We genieten zelf nog het meeste. Met een ondergaande zon vliegen is zo mooi dat we gedurende de hele vlucht geen enkele keer radiocontact maken. Waarschijnlijk bang als we zijn om dit verstilde moment te verstoren. Het gevoel van dat je te gast bent bij de zonsondergang. De zon als het ware instopt en een goede nachtrust wenst. Dat klinkt misschien poëtisch, maar dat is het dan ook. Ondanks dat we niet anders dan een glijvlucht maken, is het wat mij betreft de mooiste vlucht die ik tot dan gemaakt heb.Collin vliegt met avondvlucht het hoogst
Eenmaal terug in de Vito van André, op weg naar het appartement, vragen we hem of het ook mogelijk is om van die hoge besneeuwde berg die we in de verte zien liggen te vliegen. Is daar een startplek?
'Een startplek', lacht André schamper, 'man, het is daar één grote startplek. Je legt je spullen op de wei en start gewoon weg'.
'Geen centje pijn', beaamt Ayke de woorden van André.
'Het enige nadeel', vervolgt André, 'is dat ik er niet met de Vito kan komen. Het laatste stuk moeten we lopen. Zo'n beetje een uur bergop. Hebben jullie een beetje conditie?'
'O', zegt Collin luchthartig, 'dat is geen enkel probleem. Wij zijn in Bezau en Andelsbuch wel wat gewend om heen en weer van startplek naar startplek te lopen omdat de wind uiteindelijk verkeerd staat.' 
'Nou', zegt André, 'dan zie ik jullie morgenochtend om halfnegen wel verschijnen'.
Door het voorgenomen vroege appèl op de zondagmorgen en de die dag gemaakte drie vluchten, wordt er die avond in het appartement niet echt een bres in de drankvoorraad geslagen. Moe maar voldaan worden relatief vroeg de klamme lappen opgezocht, want de volgende dag heeft nog genoeg voor ons in petto.

Rode sneeuw
Collin staat met de handen op zijn knieën voorover gebogen naar adem te happen. We zijn ruim een half uur onderweg richting de top. Vanaf het moment dat we de auto verlaten, lopen we in de sneeuw. Ondanks dat Collin de tocht naar boven voortvarend begint, blijkt na verloop van tijd dat hij meer het sprinters- dan het dieseltype is. Dit in tegenstelling tot Bram die bij het begin van de klim moest afhaken, maar ons inmiddels al lang en breed ingehaald heeft en uit het gezichtsveld is verdwenen. Ik doe net of ik blijf stil staan om Collin morele steun te geven, maar de stop komt mij eerlijk gezegd ook wel goed uit. Mijn conditie blijkt slechter dan verwacht. Ik heb dan ook weinig kunnen sporten door een uit de kom geraakte schouder begin vorig jaar. Ik neem me voor dit voorjaar weer te beginnen met de conditie op te bouwen: veel hardlopen en mountainbiken. Vol van deze goede voornemens en het adembenemende uitzicht op deze onbewolkte zondagmorgen kom ik uiteindelijk op onze startplek aan. André, Ayke en Bram zitten daar al een tijdje op Collin en mij te wachten.
Als iedereen op adem is gekomen en een beetje gegeten en gedronken heeft, geeft André aanwijzingen voor deze vliegstek.
'Hier recht voor de berg kun je goed soaren, maar ga niet teveel naar links, want dan kom je in de rotor van de linkerbergrug. Zorg ook dat je er niet te ver uitzakt, want je moet daar rechts nog over die bergrug kunnen vliegen, om de landingsplaats te kunnen bereiken. Na die bergrug kun je schuin naar rechts het appartement zien liggen. Langs die bergkam kan je ook nog soaren. Ga echter niet teveel naar rechts, want dan zit je weer in de rotor van die bergrug rechts, waar je dan net daarvoor overheen gevlogen bent. Zorg ervoor dat je hier niet lager komt dan de Alpenhut, want je redt het anders echt niet om die bergrug op een veilige hoogte te passeren. Zak je er toch uit, zet hem dan maar neer op de helling, loop een stuk naar boven en start opnieuw weg. En nu moeten we niet te lang meer wachten, want anders trekt de wind teveel aan en komen we sowieso niet weg'.
Zo gezegd, zo gedaan. Na nog een stuk achter de 'Alpenhut' omhoog geklommen te zijn is het rap uitleggen geblazen. Het lijkt mij een goed moment mijn net aangeschafte speedsysteem te installeren. Gezien de op het eerste gezicht rustige vliegcondities boven het dal een stuk verderop, onbewolkt en nog relatief vroeg op de dag, dus weinig turbulentie, neem ik me voor uitgebreid te testen welk effect het speedsysteem op de snelheid van mijn Vector heeft. Die van zichzelf al een forse snelheid heeft, maar dat zal ik niet lang daarna aan den lijve ondervinden…
Bram vliegt als eerste van ons drieën goed weg. Ik had een soort van rare zwenking naar links gemaakt vlak na take-off, dus ik moest weer even uit het zitje. Vanaf mijn lagere, tweede, startplek zie ik Collin rechtsboven van mij achterwaarts opzetten. Ik trek mijn scherm voorwaarts op en vlieg op Bram zijn koers richting de plek waar we willen gaan soaren. De wind staat haaks op de berg en zorgt voor een constante liftband. Ik vlieg achter Bram aan. Samen gaan wij heen en weer voor de berg. Collin zit zo'n honderd meter schuin boven ons; blijkbaar heeft hij een belletje gepakt. Mijn scherm reageert haarscherp op iedere stuurbeweging die ik maak. Terwijl ik heen en weer vlieg, verbaas ik me over het gemak daarvan. Tot nu toe heb ik nooit zo 'scherp' gevlogen. Op een gegeven ogenblik vliegt een arend een stukje op dezelfde hoogte als ik en zit even later boven mij. Althans, dat denk ik, want eigenlijk ben ik een stuk gezakt. Door het prachtige uitzicht en het 'synchroon' vliegen met Bram, wat heel leuk is omdat hij ook een geel-blauwe Vector en zwart-geel Airea harnas heeft, verlies ik mijn marge tot de berg uit het oog. Als ik voor de vijfde keer linksom draai, valt me op dat ik zowel Bram als Collin niet meer in mijn ooghoeken zie. Ik strek mij naar achteren om te zien of ze niet in de dooie hoek boven mijn scherm vliegen. Ik zie ze echter niet meer. Als ik weer voor me kijk, vlieg ik recht op de berg af! Foute boel! Veel sneller vliegend als me lief is -een Vector haalt met gemak 40 kilometer per uur- zit ik er tekort op om nog weg te kunnen draaien en zal een toplanding op de berghelling moeten maken. Op de besneeuwde helling steken echter enkele grote, gemene rotsblokken uit. Terwijl ik doorflare probeer ik een heel fors uitgevallen exemplaar niet te rammen. Ik trek mijn rechtertokkel het diepst door om enigszins naar rechts draaiend te proberen om vlak naast het rotsblok in de sneeuw te landen. Dat lukt net niet. Met mijn linkerbeen raak ik het rotsblok, sla met mijn hoofd tegen de bovenkant, tol rond het rotsblok en kom op mijn buik glijdend in de sneeuw tot stilstand.
'Dat is vreemd', zeg ik tegen mezelf als ik mijn hoofd opricht, 'ze hebben hier rode vlekken in de sneeuw'.
Dan dringt tot me door dat het van mij afkomstig is. Ik ga met mijn tong langs mijn - hele dure - jackets, maar die zitten er allemaal nog 'rotsvast' in. Scheel kijkend zie ik een rode neus. Ik richt me verder op en voel een stekende pijn in mijn linkerenkel. Voorzichtig beweeg ik eerst mijn tenen en daarna mijn voet. Ondanks de pijn is dat allemaal mogelijk, dus blijkbaar is er niets gebroken. Ik richt me verder op en wil met mijn linkerhand het bloed van mijn neus vegen. Dat lukt niet. De onderarm staat negentig graden de verkeerde kant op.
'Die is uit de kom', concludeer ik nuchter. Zonder er verder bij na te denken pak ik met de rechterhand mijn ongevoelige linkerhand beet en met een forse ruk trek ik de onderarm weer in het fatsoen. Daarna heb ik weer gevoel in mijn hand en kan ik mijn vingers, hand en onderarm op commando gewoon weer bewegen. Een jaar geleden schoot met skiën mijn schouder uit de kom en de specialist vertelde mij later dat ik toen beter op de piste die arm weer in de schouder had kunnen laten trekken. Hoe eerder dat namelijk gebeurt, des te minder tot geen last heb je ervan als er iets uit de kom is geweest. Verder valt de schade volgens mij wel mee, na deze onpraktische manier van toplanden. Het bloed begint zelfs al te stollen.
Op mijn knieën zittend probeer ik mijn scherm te fieldpacken als boven mij André over vliegt en luid schreeuwend vraagt of het nog gaat. Ik maak een gebaar dat dat niet zo is. Samen met Ayke landt hij even verderop. Na controle van scherm en harnas, wordt besloten dat ik met mijn verstuikte enkel beter naar beneden kan vliegen, dan dat ik met pakzak en al de berg af moet lopen naar waar de auto staat. Gezien de ervaring van André, de laminaire wind en de steilte van de helling lijkt me dat een goed advies. Ze helpen mij een stuk hoger te klimmen voor een goede starthoogte, want ik moet nog over die ene bergrug, en na een door de zenuwen mislukte startpoging hang ik even later weer 'relaxed' in de lucht. Het lijkt mij beter nu eieren voor mijn geld te kiezen en linea recta in glijvlucht naar de landingsplaats te vliegen. Het landingsveld ligt nog flink ver weg en uitgebreid van het uitzicht genietend vlieg ik ernaartoe. Door mijn verstuikte enkel word ik gedwongen mijn beste landing ooit te maken. Mijn downwindleg zet ik hoog in en maak hem zo ver mogelijk naar achteren om met een hele lange final en minimaal aangeremd mijn scherm landend op mijn rechterbeen uiteindelijk midden op het landingsveld neer te zetten. No sweat. Het had een doellanding kunnen zijn! 
Collin en Bram komen meteen aangelopen als ze zien dat ik hinkend fieldpack. Eenmaal bij mij aangekomen zie ik de schrik op hun gezicht als ze mijn bebloed gelaat zien. Het zijn maar drie vleeswondjes, maar omdat er omheen het uitgestroomde bloed is gestold, lijkt het allemaal erger dan het is. Zelf baal ik het meest van mijn enkel, want dat houdt in dat ik die dag niet meer kan vliegen. Sterker nog: een hele tijd niet kan vliegen.

Op het terras
Met mijn linkervoet in een teil met ijs-en ijskoud bergwater, zitten Collin en ik op het terras van ons appartement nog even de gebeurtenissen van die dag te evalueren. Bram is vertrokken voor nog een avondvluchtje. 's Middags zijn hij en Collin met André naar weer een andere startplek geweest, maar het was daar zo turbulent dat er niet te vliegen was. De condities zijn nu voor de bergrug waar ook ons appartement is, ideaal om te vliegen. Links boven de boomtoppen zien we Ayke vliegen die een tandemvlucht met zijn moeder maakt. Als ze voorlangs komen zwaaien Collin en ik. Even later komt Bram voorbij vliegen. Hij zwaait, wij zwaaien terug. Ayke komt niet lang daarna nog een keer met zijn moeder langs. Collin en ik zwaaien. Bram zien we wegzakken en over de radio dragen wij hem op dat ogenblikkelijk te laten, want we willen nog een keer naar hem zwaaien. Het lukt hem echter niet hoogte te winnen, dus zien we hem niet meer. Dan komt André aangevlogen. Als hij zwaait, zwaaien we vanzelfsprekend terug. Ik zeg tegen Collin dat het net lijkt of André stil hangt; hij gaat niet voor of achteruit, omhoog of omlaag. 
'Verrek', roept Collin uit, 'je hebt gelijk!'
Even later zien we André zijn remmen iets omhoog laten komen, zijn scherm kantelt iets vooruit, pakt snelheid, André remt weer aan en zie: hij hangt weer stil. Dit gaat ruim tien minuten zo door. Dan zwaait André nog een keer en steekt zijn scherm richting landingsveld, voordat de schemering duisternis wordt en het landen onmogelijk maakt.

Met deze meesterlijke demonstratie van schermbeheersing is een perfect slot gekomen aan een vliegweekend wat evenveel vluchten en leerstof op geleverd heeft als een complete week.Het verplichte start- en landingsbewijs André Manuel mag zich gelukkig prijzen in zo'n heerlijk vliegparadijs te wonen en we hopen dan ook dat meerdere schermvliegers hier in de toekomst van kunnen genieten. Bedenk echter wel dat de charme van het gebied grotendeels gelegen is in de rust die er in de lucht heerst. Er zijn weinig vliegers en dus weinig stress en André wil dat het liefst zo houden. Ga je er heen, neem dan eerst contact op met André. Al is het alleen maar om je start- en landingsgeld aan hem te voldoen en de startplekken door te nemen. De start- en landingsrechten zijn in dit gebied met veel moeite tot stand gekomen. Bedenk dat je te gast bent en je het voor de plaatselijke vliegers alleen maar kunt verpesten.
Verder zal André er alles aan doen, om je verblijf zo aangenaam mogelijk te maken. Plezier in vliegen staat voorop.



Vliegen in de Chartreuse
Marco Verhoog


Met St. Hilaire onder handbereik is het voor bijvoorbeeld een plaatsje als St. Pierre de Chartreuse moeilijk om als vlieggebied te concurreren. Toch zijn er naast de wereldberoemde vliegstek genoeg andere stekken in de Franse Chartreuse-streek voor een leuk weekje vliegen. Wat in de winterperiode ook nog eens uitstekend blijkt te combineren met skiën.


Villa Sandokan 
Terwijl Bram Bruinsma zijn auto over de smalle, kronkelige weg door de gorge omhoog stuurt richting St. Pierre de Chartreuse, kijk ik op mijn horloge: 9.15 uur. Het is zaterdagmorgen en de reis over de Route du Soleil is deze nacht voorspoedig verlopen. Eenmaal op het dorpsplein aangekomen, blijkt er tegenover de plaatselijke parapenteschool niet, zoals ons verteld is, Hotel Villa Sandokan gevestigd te zijn. Er is wel een kroegje waar de uitbater net de eerste plastic tafeltjes en stoeltjes buiten aan het zetten is. Op onze vraag waar we Villa Sandokan kunnen vinden, kijkt hij ons niet-begrijpend aan.
‘Monsieur Jan van der Goes’, proberen we dan maar in ons beste school-Frans.
‘L’Hotel des Hollandais?’, beantwoordt de Fransman onze vraag.
Na bevestigend geantwoord te hebben, wijst hij ons het straatje waar wij naar toe moeten. Volgens hem is het pakweg 50 meter lopen. Eenmaal de ingang van het hotel gevonden te hebben, komt een zwarte herder met ontblootte tanden en vervaarlijk grommend mij tegemoet. Door de platgetreden sneeuw is het lastig om snel het hazepad te kiezen en het angstbeeld van een nu al door een noodlottige val afgebroken wintersportvakantie doemt voor mijn ogen op. Gelukkig wordt de hellewachter voortijdig door de orde geroepen door monsieur le patron: Jan van der Goes. Hij heeft net de vorige hotelgasten uitgezwaaid en is zichtbaar verrast ons nu al te moeten verwelkomen.
Als een paar uur later iedereen gearriveerd is en gezamenlijk de brunch genuttigd wordt, deelt Jan ons mee dat wij deze week de enige hotelgasten zijn en dat er die middag, voor hen die dat willen, ook nog gevlogen kan worden. We kijken elkaar eens aan, maar omdat we allemaal de reis nog in het lijf hebben zitten, besluiten we niet te gaan vliegen, maar te gaan skiën. Geen probleem, de skilift is praktisch naast het hotel en ondanks de hoge temperaturen voor de tijd van het jaar, is er volgens Jan vanaf het boven- tot het middenstation goed te skiën. 

La Scia
De gondels brengen ons over reeds groen wordende laag gelegen pistes naar boven. Eenmaal boven uit de stoeltjeslift gekomen bekijken we eerst de startplek La Scia. Er ligt volop sneeuw, we zakken tot bijna de knieën er in weg, maar de starthelling is lekker schuin dus dat moet te doen zijn. Goedgemutst over de voor ons liggende week met vliegen en skiën suizen we een paar keer de rode piste af. Een ideale oefenpiste: lekker breed en weinig skiërs.
De zondag doet echter een aanslag op ons goede humeur: zware laaghangende bewolking, mist, regen, prutweer. De dag wordt doorgebracht met luieren, een wandeling naar de landingsplaats in St. Hugues en een goed boek. Bram, Jos en Bart besluiten te gaan skiën.
Maandagmorgen staan we op met een staalblauwe hemel en een noordooster. Volgens Jan kunnen we dan bij La Scia niet starten, wel vanaf de piste. Officieel verboden, natuurlijk, er dient toestemming gevraagd te worden aan de pistebaas. De wind gooit echter roet in het eten: veel te cross. Tegen de middag besluiten we weer richting hotel te gaan om de ski-spullen te pakken. Collin en Bart wachten daar nog even mee. Met succes, want zij kunnen beiden een vlucht maken. Ondanks de crosswind weten ze beiden bij nulwind weg te geraken. Een glijvlucht naar de landingsplaats in St. Hugues is hun beloning. Ondanks de zonnige omstandigheden, is er echter geen thermiek. Later die middag weet Bart er nog een vluchtje uit te persen. Collin haakt af: de wind is te cross, te onstuimig, te onvoorspelbaar.

Recht zo die gaat
Dinsdag is de wind gedraaid naar het zuiden: starten vanaf La Scia. Eenmaal boven blijkt er toch wel een aardige puist wind te staan, maar Jan dirigeert ons door kniehoge sneeuw naar een lager gelegen startwei. Alhoewel de vaantjes ook daar goed strak staan, verzekert Jan ons dat hier starten wel te doen is. De landingsplaats wordt Perquelin. Recht vooruit, volgens Jan, beneden in het dal en hij maakt met de bekende Franse slag een globale aanduiding waar dat recht vooruit zo’n beetje is. Vanaf de startwei is de landingsplaats niet te zien, dus we moeten hem op zijn woord geloven. Jan is bereid als eerste te starten. Altijd handig om zo’n winddummy te zien die met getrokken oren zijn best doet om door de turbulente, harde wind hoogte af te bouwen. We besluiten nog even te wachten. Jan heeft wel een radio, maar niet ons frequentiebereik. Nadat Bart hem telefonisch benaderd heeft (leve de mobiel!), lijkt het voor de zwaargewichten wel te doen, maar Maaike krijgt het advies te wachten totdat de wind gaat liggen. We willen niet het risico lopen dat ze richting Lyon weggezet wordt…
Nadat Collin, ondergetekende, Bram en Bart gestart en goed geland zijn, sommige met een alternatief landingscircuit, laat Jos zien hoe het wel moet: na voorbeeldig zijn achten gedraaid te hebben zet hij zijn scherm neer. Maaike is de volgende op de startlijst, maar na drie mislukte pogingen is ze het zat en geeft de pijp aan haar vriend Maarten. Die voor zichzelf al had besloten met deze harde wind niet te gaan vliegen. Misschien dat ‘s middags de wind voldoende zal gaan liggen om een vluchtje te maken. 
Vol goede moed staat iedereen aan het begin van de middag op de startplek La Scia. Dit keer dalen we niet af naar de lager gelegen startwei. Jan vertrekt weer als eerste, maar ook de inmiddels gearriveerde lokale vliegers blijken voor het brevet schermwachten te kiezen. Collin en ik besluiten op een gegeven moment niet langer te wachten en de lange latten onder te binden. Bart, Bram en Jos weten later die middag nog wel een glijvluchtje te maken.
Woensdag staat er teveel wind om te vliegen. Door de slechte sneeuwcondities, de sneeuwgrens ligt op 1.800 meter, besluiten Bart, Collin en ik in Alpe d’Huez te gaan skiën. Na iets meer dan twee uur rijden staan we om half tien op de sneeuw van de voor de wielrennerij zo belangrijke plaats. Jammer dat ik mijn racefiets niet meegenomen heb…
Donderdag hebben we nog steeds slechte vliegcondities: veel te veel wind. Dus dat wordt weer skiën. Dit moet niet te lang gaan duren…

Montlambert
Anderhalf uur rijden van St. Pierre de Chartreuse ligt vlakbij het plaatsje St. Pierre d’Albigny de vliegstek Montlambert. De plaatselijke vliegclub heeft daar een perfecte startplek op het zuid-zuidwesten gemaakt. Er voert een kleine weg naar boven en na de bus geparkeerd te hebben is het vijf minuten lopen naar de met rood-witte linten afgezette en met jute beklede startplek. Dat is nog eens andere koek! Wat een luxe! Ondanks de drassige grond blijven je spullen prachtig droog en schoon. Op de startplek heeft de plaatselijke vliegclub, net zoals bij de landingsplek, borden neergezet met aanwijzingen, maar Jos Sira is vandaag onze lokale vlieggids: hij heeft op deze stek les gehad van Airborne. Na een paar spannende anekdotes over instructrice Arnette verteld te hebben, haakt hij in en wacht tot Maarten en Maaike zijn vertrokken. Die hebben deze week nog niet gevlogen, dus die moeten er als eerste uit. Regels van onze club. Geen ontkomen aan. Na gezegd te hebben dat we na de start rechtsom de berg moeten vliegen, omdat daar vaak thermiek loskomt, gaat Jos perfect in Vorlage de berg af.
Collin en ik hebben sinds kort schermen in dezelfde kleurstelling. Het lijkt ons leuk om eens tegelijk te starten. Alhoewel we dat zelf niet echt goed kunnen beoordelen, horen we na de start over de radio dat het sen-sa-tio-neel was. Dat is ook het enige spannende van de dag, want eenmaal rechtsom de berg gevlogen is er geen thermiek van betekenis te vinden. Er staat ook te weinig wind om te kunnen soaren. Af en toe komt er een klein belletje los, maar niet genoeg om lang airborne te blijven. Dus op naar de landingsplek. Die ligt prachtig gelegen in het dal. Vanaf de landingsplek is de startplek te zien en vanuit de lucht is het landingsveld met op drie hoeken de vaantjes ook goed zichtbaar. Nadat iedereen geland is, wordt besloten nog een poging te wagen. Maar de tweede vlucht geeft weinig meer thermiek dan tijdens de eerste vlucht. Bart en Jos weten er nog de langste vlucht van de dag uit te persen.
Aan het eind van de middag neemt de wind in het dal toe en wordt het noodzaak het landingsveld niet uit het oog te verliezen. Maaike laat zich bijna te ver weg zetten, maar met behulp van haar speedsysteem zet ze haar scherm net aan de rand van het veld neer en veegt nog even haar schoenen op Maarten zijn scherm schoon.

02-02-02
De reden dat we deze week gepland hadden om te gaan vliegen en skiën had alles te maken met de bijzondere datum van zaterdag 2 februari. Na vorig jaar op nieuwjaarsdag gevlogen te hebben, is nu de uitdaging om naast 01-01-01, 02-02-02 in het logboek te kunnen bijschrijven. Volgend jaar moeten we dus op 3 maart een vluchtje maken, en in 2004 op 4 april. Enzovoort, enzovoort. Het weer blijft natuurlijk altijd een gok, maar dit keer werken de weergoden mee: er kan gevlogen worden. Echter niet in St. Pierre de Chartreuse, want daar staat de zuidenwind te hard. Serge, de plaatselijke vliegschoolhouder en wonend in Villa Sandokan, adviseert ons naar La Bande te gaan. Een vliegstek in het noorden van de Chartreuse, aan het eind van een dal. De wind zal daar voldoende afgezwakt zijn om te kunnen vliegen en volgens Serge zullen er ook voldoende lokale vliegers zijn om ons daar wegwijs te maken. Blijkbaar houden de Franse vliegers van uitslapen, want als we eenmaal bij het landingsterrein gearriveerd zijn, is er verder geen kip te bekennen. Wel een schaap dat vastzit in het struikgewas, maar daar rekenen Collin en Jos op adequate wijze mee af.
Na een tijdje vruchteloos met de verrekijker de berg afgespeurd te hebben waar de startplek zou kunnen zijn “Serge zei toch echt dat die vanaf de landingsplek te zien is!”, komt een Franse vlieger aangereden. Gelukkig is zijn Engels beter dan ons Frans en heeft hij geen bezwaar om in onze bus mee naar boven te rijden naar de startplek. Met de pakzak op zijn schoot en in de eerste versnelling kruipen we omhoog. Af en toe steekt hij zijn arm naar voren in een manmoedige poging om deze rare Hollanders in hun volgepakte bus op een rustige zaterdagmorgen de weg te wijzen. Op de startplek is hij niet te beroerd ons uit te leggen dat je op deze vliegstek bij een glijvlucht een scherm moet hebben met minimaal een glijgetal van 5, anders redt je het niet naar de landing. Hij vestigt onze aandacht op de bergrug links van de startplek, waar normaal thermiek zou moeten zitten en hoe bij de landingsplek aan te vliegen en af te bouwen. Daarna legt hij razendsnel zijn scherm uit en vliegt weg. Een glijvlucht naar de landingsplek, waar hij aanvliegt zoals hij ons uitgelegd heeft en keurig in het midden van het veld landt.
Goed voorbeeld doet goed volgen.

Frontstall
De startwei van La Bande is niet steil. Dat wordt dus flink lopen om los te komen. Maarten laat zien uit het goede hout gesneden te zijn. In volle vaart stormt hij de berg af. Collin en ik besluiten een glijvlucht te maken. Zo te zien aan de nevel die in het dal hangt, is de grond veel te vochtig om thermische omstandigheden te veroorzaken. Collin start vlak voor mij, met een variatie op het aloude hink-stap-sprong-principe vanwege zijn verzwikte enkel (landingsfoutje bij Montlambert). Hij loopt ondanks alles hard genoeg om los te komen. Ik volg zijn voorbeeld, loop alleen niet hard genoeg èn niet in Vorlage zodat ik een Frontstall krijg. Je zal zien: op zo’n moment loopt er altijd wel een camera. Maar handjes omhoog en het scherm vult zichzelf, dus toch goed gestart. Staat ook op camera.
Ik tracht in de lucht naast Collin te komen, maar al snel heb ik mijn aandacht meer bij de grond onder mij. Het is inderdaad een flink eind naar de landing en gedurende mijn glijvlucht kijk ik geregeld naar alternatieve landingsplekken en eventuele obstakels in de vorm van huizen, heggen, stroomleidingen en bomen. Uiteindelijk hou ik voldoende hoogte om bij de landing nog een achtje te draaien. Ik land zelfs daar waar ik het wil. Dat klinkt misschien raar, maar met mijn nieuwe scherm begin ik nu eindelijk genoeg vertrouwd te raken om het dat te laten doen wat ik wil. Kort na mij landt ook Maaike en vanaf de landing is de gezamenlijke start van Bart, Bram en Jos goed te zien, zodat iedereen deze vlucht met die bijzondere datum in het logboek bij kan schrijven.
De week wordt ’s avonds in stijl afgesloten met een spetterend Oranjebal in Villa Sandokan. Het is per slot van rekening de dag van Het Huwelijk. Complimenten en dank aan Jan van der Goes voor zijn adviezen deze week. Gezien de legio vliegmogelijkheden in deze streek is St. Pierre de Chartreuse beslist een bezoek waard.