|
Mei 2001
Met de auto midden in Den Haag stilstaand schrik ik op van mijn mobiel.
Collin aan het apparaat.
'Marco', zegt hij met bedrukte stem, 'ik heb op internet gekeken, maar
de weersverwachting ziet er niet goed uit. Er wordt dit weekend maar op
één plek in de Alpen zon verwacht en dat is in Karinthië. Precies het
gebied waar die brochure over gaat die we deze week ontvangen hebben.
Wat denk jij er van?'
Touch the sky
De brochure waar Collin over spreekt was twee dagen daarvoor op de mat
gevallen. Een op het eerste gezicht perfect vlieggebied in het zuiden
van Oostenrijk, tegen de Sloveense grens. Met de aansprekende en
uitnodigende titel touch the sky op de cover gaf het ons de
gebruikelijke paraglidervlinders in de buik. Al vanaf de jaarwisseling
zitten we te azen op een vliegweekendje in de Alpen, met in het
achterhoofd eens een ander vlieggebied op te zoeken dan onze huisberg in
Andelsbuch, maar steeds gooit slecht weer roet in het eten.
'Tja', zeg ik peinzend, 'het is natuurlijk wel een pokken-eind rijden.
Het is nu bijna twaalf uur en voordat Bram en ik bij jou in Eindhoven
zijn, de spullen hebben over gepakt in jouw auto en we weer rijden is
het een uur of twee. Tel daarbij op 1150 kilometer rijden, dan zijn we
vannacht pas rond twee uur daar. Als het verkeer meezit.'
'Ja', zegt Collin, 'maar het is wel de enige plek in de Alpen waar we
dit weekend zeker kunnen vliegen'.
Ik leg de vraag voor aan Bram, die zegt dat het hem niets uitmaakt als
hij maar lekker kan vliegen.
'Bel die mensen maar op dat we eraan komen.'

Het is bijna half drie en pikkedonker als we via een heel steil weggetje
op weg zijn naar ons appartement. We verblijven niet in Haus Andrea, het
pension van André en Isolde Manuel, maar bij zijn buren. André is nog
niet klaar met de opknapbeurt van zijn pension. We overvallen hem
duidelijk met onze snelle reactie op zijn in Nederland rondgestuurde
brochure. Later zal blijken dat hij de brochure nog geeneens gezien
heeft en is blij verrast met het door ons aan hem getoonde
eindresultaat.
Buiten bij 'ons' appartement staat André's buurman, Herr Haid, één
meter zestig 'groot' en in donkerblauw trainingspak gestoken ons
plichtsgetrouw op te wachten. Dit ondanks ons verzoek om vooral niet op
te blijven omdat we pas midden in de nacht zouden arriveren. Kwiek en
monter kijkt hij echter verwonderd toe hoe drie, voor hem, hele grote
kerels met bagage en drie pakzakken uit een standaard Ford Focus
tevoorschijn komen. Eenmaal in het appartement ligt er suikerbrood op
tafel en bier in de koelkast. Kijk, dat staat niet in die brochure, maar
is wel heel erg welkom na een lange autorit. Herr Haid weet ons te
vertellen dat er diezelfde avond twee paragleiter voor het appartement
gevlogen hebben. En wij maar denken dat dat een verkooppraatje was van
André in zijn brochure: soaren boven je appartement!
Starten bij de boer
'Jullie moeten maar aangeven wat jullie willen doen vandaag', zegt
André Manuel, terwijl hij achter het stuur van zijn Vito kruipt. Het is
zaterdagmiddag, even na enen. Na uitslapen, boodschappen doen en
ontbijten, zijn we met onze pakzakken naar het naast ons appartement
liggende Haus Andrea gelopen. Daar staat ook Ayke, kennis van André en
eveneens paraglider, te wachten. Aangezien wij ook niet precies weten
wat we willen of wensen, neemt André het initiatief en rijdt ons naar
de eerste startplek. Na vijf minuten zijn we er al. We kunnen starten
van een weitje bij de boer.
'Dit is voor mij ook een nieuwe plek', zegt André als we uitstappen,
'we zijn hier nog niet zo vaak gestart, maar met zuidwesten wind kun je
hier goed starten'.
Nieuwsgierig lopen we de wei in. Inderdaad een prachtige, aflopende
startplek. Collin begint meteen zijn spullen uit te pakken, Bram en ik
wachten nog even. André stelt voor dat Ayke er eerst uitgaat. Wij
kunnen zo makkelijker zien welke route hij vliegt richting dal en waar
hij eventueel hoogte zal 'tanken'. Vanaf deze startplek is de
landingsplaats net te zien: een lange lap grond van noord naar zuid,
langs de weg naast het atletiekstadion. Vanuit de lucht zal dat dus geen
oriëntatieproblemen opleveren.
Ayke zet zijn scherm op en vliegt langs de bergwand weg. Door de vele
elektriciteitskabels naar in de buurt liggende boerderijen, zegt André
tegen Collin vooral de koers van Ayke te volgen. Collin zet zijn Vector
zonder problemen op en stijgt bij 'take-off' zelfs een stuk hoger dan
hem. Bram en ik volgen niet lang daarna. Langs de bergwand richting
landingsveld vliegend zien we dat Ayke een goede bel te pakken heeft.
Collin volgt hem al snel en ik zet me op dezelfde koers. Helaas kom ik
net te laat en is Collin er op dat moment uitgezakt. We proberen zo min
mogelijk hoogte te verliezen op de dynamische wind uit het zuidwesten en
blijven alert op eventueel loskomende bellen van de verschillende
geploegde akkers beneden ons. De na mij gestarte Bram heeft ook een
goede bel te pakken en hij gaat dan ook voortvarend omhoog. Collin en ik
pakken af en toe hoogte, maar de hoofdprijs blijft uit. Voordat we
teveel hoogte verliezen zetten we, na onderling overleg via de radio,
koers richting landingsveld. We hebben geen zin onze eerste vlucht van
de dag met een buitenlanding te eindigen. Dat houdt alleen maar
op.
Als Bram en Ayke ook 'eindelijk' geland zijn, brengt André ons naar de
tweede startplek van de dag: even buiten Wolfsberg op 1200 meter hoogte.
Doordat het inmiddels al na drieën is, de bewolking toeneemt en de wind
begint aan te trekken, zal er bij gebrek aan thermiek geprobeerd worden
te soaren.
'Als je hier gelijk naar rechts stuurt als je los bent', zegt André,
'kun je daar achter die bomen rechts, boven een boerderij, soaren'.
Collin en ik starten vlak na elkaar en zetten koers richting de
aangewezen soarplek. Daar blijkt echter dat de wind er niet goed
opstaat, zodat we na enkele vruchteloze pogingen moeten besluiten de
landingsplaats op te zoeken, omdat we weer geen zin hebben in een
buitenlanding. Voordat we het dal en de landingsplaats kunnen bereiken
moeten we namelijk nog een kleine bergrug oversteken. Bram en Ayke
volgen niet lang na ons.
Zonsondergang
Tijdens het pakken stelt André voor dat we na het eten nog een vlucht
maken. Als de wind goed staat kunnen we dan vlak bij Haus Andrea
wegstarten en een vlucht met ondergaande zon maken. Unaniem stemmen we
daar mee in: we vinden dat een mooi slot van deze eerste geslaagde
vlieg(mid)dag. IJke stelt voor om tijdens die vlucht foto's van ons te
maken. Enthousiast verheugen Bram, Collin en ik ons op de eerste
avondvlucht van ons leven. André drukt ons op het hart dat we voor het
mooie zo veel mogelijk bij elkaar in de buurt moeten blijven vliegen,
dat staat beter op de foto's.
De startplek waar we voor onze avond- en formatievlucht vertrekken, is
slechts beperkt toegankelijk voor delta-en schermvliegers. Modelvliegers
hebben er het eerste gebruiksrecht. Op dit tijdstip zien we echter geen
enkel modelzweefvliegtuig. Er wordt gegeten. Daarnaast staat er volgens
André erg weinig wind voor de modelvliegtuigen. Het gevaar is dan groot
dat een modelzweefvliegtuig niet meer genoeg hoogte kan pakken en
uiteindelijk ergens onder aan de berg neerkomt. Dat is een eind lopen
voor de modelvlieger. Eenmaal op de startplek staand, maant André ons
tot spoed omdat de wind aan het wegvallen is. Razendsnel leggen we de
schermen uit en starten vlak na elkaar. Als er één loskomt, trekt de
ander zijn scherm omhoog en is met hooguit vijf passen los en weg. Ayke
start als laatste, zodat hij mooi foto's van ons drieën, vliegend in de
richting van de ondergaande zon, kan maken. André is razendsnel met
zijn Vito naar beneden aan het rijden en zal later vertellen dat hij
onderweg een keer gestopt is om ons vieren voorbij te zien vliegen. Een
prachtig gezicht!
We geloven hem op zijn woord dat het prachtig geweest moet zijn. We
genieten zelf nog het meeste. Met een ondergaande zon vliegen is zo mooi
dat we gedurende de hele vlucht geen enkele keer radiocontact maken.
Waarschijnlijk bang als we zijn om dit verstilde moment te verstoren.
Het gevoel van dat je te gast bent bij de zonsondergang. De zon als het
ware instopt en een goede nachtrust wenst. Dat klinkt misschien
poëtisch, maar dat is het dan ook. Ondanks dat we niet anders dan een
glijvlucht maken, is het wat mij betreft de mooiste vlucht die ik tot
dan gemaakt heb.
Eenmaal terug in de Vito van André, op weg naar het appartement, vragen
we hem of het ook mogelijk is om van die hoge besneeuwde berg die we in
de verte zien liggen te vliegen. Is daar een startplek?
'Een startplek', lacht André schamper, 'man, het is daar één grote
startplek. Je legt je spullen op de wei en start gewoon weg'.
'Geen centje pijn', beaamt Ayke de woorden van André.
'Het enige nadeel', vervolgt André, 'is dat ik er niet met de Vito kan
komen. Het laatste stuk moeten we lopen. Zo'n beetje een uur bergop.
Hebben jullie een beetje conditie?'
'O', zegt Collin luchthartig, 'dat is geen enkel probleem. Wij zijn in
Bezau en Andelsbuch wel wat gewend om heen en weer van startplek naar
startplek te lopen omdat de wind uiteindelijk verkeerd staat.'
'Nou', zegt André, 'dan zie ik jullie morgenochtend om halfnegen wel
verschijnen'.
Door het voorgenomen vroege appèl op de zondagmorgen en de die dag
gemaakte drie vluchten, wordt er die avond in het appartement niet echt
een bres in de drankvoorraad geslagen. Moe maar voldaan worden relatief
vroeg de klamme lappen opgezocht, want de volgende dag heeft nog genoeg
voor ons in petto.
Rode sneeuw
Collin staat met de handen op zijn knieën voorover gebogen naar adem te
happen. We zijn ruim een half uur onderweg richting de top. Vanaf het
moment dat we de auto verlaten, lopen we in de sneeuw. Ondanks dat
Collin de tocht naar boven voortvarend begint, blijkt na verloop van
tijd dat hij meer het sprinters- dan het dieseltype is. Dit in
tegenstelling tot Bram die bij het begin van de klim moest afhaken, maar
ons inmiddels al lang en breed ingehaald heeft en uit het gezichtsveld
is verdwenen. Ik doe net of ik blijf stil staan om Collin morele steun
te geven, maar de stop komt mij eerlijk gezegd ook wel goed uit. Mijn
conditie blijkt slechter dan verwacht. Ik heb dan ook weinig kunnen
sporten door een uit de kom geraakte schouder begin vorig jaar. Ik neem
me voor dit voorjaar weer te beginnen met de conditie op te bouwen: veel
hardlopen en mountainbiken. Vol van deze goede voornemens en het
adembenemende uitzicht op deze onbewolkte zondagmorgen kom ik
uiteindelijk op onze startplek aan. André, Ayke en Bram zitten daar al
een tijdje op Collin en mij te wachten.
Als iedereen op adem is gekomen en een beetje gegeten en gedronken
heeft, geeft André aanwijzingen voor deze vliegstek.
'Hier recht voor de berg kun je goed soaren, maar ga niet teveel naar
links, want dan kom je in de rotor van de linkerbergrug. Zorg ook dat je
er niet te ver uitzakt, want je moet daar rechts nog over die bergrug
kunnen vliegen, om de landingsplaats te kunnen bereiken. Na die bergrug
kun je schuin naar rechts het appartement zien liggen. Langs die bergkam
kan je ook nog soaren. Ga echter niet teveel naar rechts, want dan zit
je weer in de rotor van die bergrug rechts, waar je dan net daarvoor
overheen gevlogen bent. Zorg ervoor dat je hier niet lager komt dan de
Alpenhut, want je redt het anders echt niet om die bergrug op een
veilige hoogte te passeren. Zak je er toch uit, zet hem dan maar neer op
de helling, loop een stuk naar boven en start opnieuw weg. En nu moeten
we niet te lang meer wachten, want anders trekt de wind teveel aan en
komen we sowieso niet weg'.
Zo gezegd, zo gedaan. Na nog een stuk achter de 'Alpenhut' omhoog
geklommen te zijn is het rap uitleggen geblazen. Het lijkt mij een goed
moment mijn net aangeschafte speedsysteem te installeren. Gezien de op
het eerste gezicht rustige vliegcondities boven het dal een stuk
verderop, onbewolkt en nog relatief vroeg op de dag, dus weinig
turbulentie, neem ik me voor uitgebreid te testen welk effect het
speedsysteem op de snelheid van mijn Vector heeft. Die van zichzelf al
een forse snelheid heeft, maar dat zal ik niet lang daarna aan den lijve
ondervinden…
Bram vliegt als eerste van ons drieën goed weg. Ik had een soort van
rare zwenking naar links gemaakt vlak na take-off, dus ik moest weer
even uit het zitje. Vanaf mijn lagere, tweede, startplek zie ik Collin
rechtsboven van mij achterwaarts opzetten. Ik trek mijn scherm
voorwaarts op en vlieg op Bram zijn koers richting de plek waar we
willen gaan soaren. De wind staat haaks op de berg en zorgt voor een
constante liftband. Ik vlieg achter Bram aan. Samen gaan wij heen en
weer voor de berg. Collin zit zo'n honderd meter schuin boven ons;
blijkbaar heeft hij een belletje gepakt. Mijn scherm reageert haarscherp
op iedere stuurbeweging die ik maak. Terwijl ik heen en weer vlieg,
verbaas ik me over het gemak daarvan. Tot nu toe heb ik nooit zo
'scherp' gevlogen. Op een gegeven ogenblik vliegt een arend een stukje
op dezelfde hoogte als ik en zit even later boven mij. Althans, dat denk
ik, want eigenlijk ben ik een stuk gezakt. Door het prachtige uitzicht
en het 'synchroon' vliegen met Bram, wat heel leuk is omdat hij ook een
geel-blauwe Vector en zwart-geel Airea harnas heeft, verlies ik mijn
marge tot de berg uit het oog. Als ik voor de vijfde keer linksom draai,
valt me op dat ik zowel Bram als Collin niet meer in mijn ooghoeken zie.
Ik strek mij naar achteren om te zien of ze niet in de dooie hoek boven
mijn scherm vliegen. Ik zie ze echter niet meer. Als ik weer voor me
kijk, vlieg ik recht op de berg af! Foute boel! Veel sneller vliegend
als me lief is -een Vector haalt met gemak 40 kilometer per uur- zit ik
er tekort op om nog weg te kunnen draaien en zal een toplanding op de
berghelling moeten maken. Op de besneeuwde helling steken echter enkele
grote, gemene rotsblokken uit. Terwijl ik doorflare probeer ik een heel
fors uitgevallen exemplaar niet te rammen. Ik trek mijn rechtertokkel
het diepst door om enigszins naar rechts draaiend te proberen om vlak
naast het rotsblok in de sneeuw te landen. Dat lukt net niet. Met mijn
linkerbeen raak ik het rotsblok, sla met mijn hoofd tegen de bovenkant,
tol rond het rotsblok en kom op mijn buik glijdend in de sneeuw tot
stilstand.
'Dat is vreemd', zeg ik tegen mezelf als ik mijn hoofd opricht, 'ze
hebben hier rode vlekken in de sneeuw'.
Dan dringt tot me door dat het van mij afkomstig is. Ik ga met mijn tong
langs mijn - hele dure - jackets, maar die zitten er allemaal nog
'rotsvast' in. Scheel kijkend zie ik een rode neus. Ik richt me verder
op en voel een stekende pijn in mijn linkerenkel. Voorzichtig beweeg ik
eerst mijn tenen en daarna mijn voet. Ondanks de pijn is dat allemaal
mogelijk, dus blijkbaar is er niets gebroken. Ik richt me verder op en
wil met mijn linkerhand het bloed van mijn neus vegen. Dat lukt niet. De
onderarm staat negentig graden de verkeerde kant op.
'Die is uit de kom', concludeer ik nuchter. Zonder er verder bij na te
denken pak ik met de rechterhand mijn ongevoelige linkerhand beet en met
een forse ruk trek ik de onderarm weer in het fatsoen. Daarna heb ik
weer gevoel in mijn hand en kan ik mijn vingers, hand en onderarm op
commando gewoon weer bewegen. Een jaar geleden schoot met skiën mijn
schouder uit de kom en de specialist vertelde mij later dat ik toen
beter op de piste die arm weer in de schouder had kunnen laten trekken.
Hoe eerder dat namelijk gebeurt, des te minder tot geen last heb je
ervan als er iets uit de kom is geweest. Verder valt de schade volgens
mij wel mee, na deze onpraktische manier van toplanden. Het bloed begint
zelfs al te stollen.
Op mijn knieën zittend probeer ik mijn scherm te fieldpacken als boven
mij André over vliegt en luid schreeuwend vraagt of het nog gaat. Ik
maak een gebaar dat dat niet zo is. Samen met Ayke landt hij even
verderop. Na controle van scherm en harnas, wordt besloten dat ik met
mijn verstuikte enkel beter naar beneden kan vliegen, dan dat ik met
pakzak en al de berg af moet lopen naar waar de auto staat. Gezien de
ervaring van André, de laminaire wind en de steilte van de helling
lijkt me dat een goed advies. Ze helpen mij een stuk hoger te klimmen
voor een goede starthoogte, want ik moet nog over die ene bergrug, en na
een door de zenuwen mislukte startpoging hang ik even later weer
'relaxed' in de lucht. Het lijkt mij beter nu eieren voor mijn geld te
kiezen en linea recta in glijvlucht naar de landingsplaats te vliegen.
Het landingsveld ligt nog flink ver weg en uitgebreid van het uitzicht
genietend vlieg ik ernaartoe. Door mijn verstuikte enkel word ik
gedwongen mijn beste landing ooit te maken. Mijn downwindleg zet ik hoog
in en maak hem zo ver mogelijk naar achteren om met een hele lange final
en minimaal aangeremd mijn scherm landend op mijn rechterbeen
uiteindelijk midden op het landingsveld neer te zetten. No sweat. Het
had een doellanding kunnen zijn!
Collin en Bram komen meteen aangelopen als ze zien dat ik hinkend
fieldpack. Eenmaal bij mij aangekomen zie ik de schrik op hun gezicht
als ze mijn bebloed gelaat zien. Het zijn maar drie vleeswondjes, maar
omdat er omheen het uitgestroomde bloed is gestold, lijkt het allemaal
erger dan het is. Zelf baal ik het meest van mijn enkel, want dat houdt
in dat ik die dag niet meer kan vliegen. Sterker nog: een hele tijd niet
kan vliegen.
Op het terras
Met mijn linkervoet in een teil met ijs-en ijskoud bergwater, zitten
Collin en ik op het terras van ons appartement nog even de
gebeurtenissen van die dag te evalueren. Bram is vertrokken voor nog een
avondvluchtje. 's Middags zijn hij en Collin met André naar weer een
andere startplek geweest, maar het was daar zo turbulent dat er niet te
vliegen was. De condities zijn nu voor de bergrug waar ook ons
appartement is, ideaal om te vliegen. Links boven de boomtoppen zien we
Ayke vliegen die een tandemvlucht met zijn moeder maakt. Als ze
voorlangs komen zwaaien Collin en ik. Even later komt Bram voorbij
vliegen. Hij zwaait, wij zwaaien terug. Ayke komt niet lang daarna nog
een keer met zijn moeder langs. Collin en ik zwaaien. Bram zien we
wegzakken en over de radio dragen wij hem op dat ogenblikkelijk te
laten, want we willen nog een keer naar hem zwaaien. Het lukt hem echter
niet hoogte te winnen, dus zien we hem niet meer. Dan komt André
aangevlogen. Als hij zwaait, zwaaien we vanzelfsprekend terug. Ik zeg
tegen Collin dat het net lijkt of André stil hangt; hij gaat niet voor
of achteruit, omhoog of omlaag.
'Verrek', roept Collin uit, 'je hebt gelijk!'
Even later zien we André zijn remmen iets omhoog laten komen, zijn
scherm kantelt iets vooruit, pakt snelheid, André remt weer aan en zie:
hij hangt weer stil. Dit gaat ruim tien minuten zo door. Dan zwaait
André nog een keer en steekt zijn scherm richting landingsveld, voordat
de schemering duisternis wordt en het landen onmogelijk maakt.
Met deze meesterlijke demonstratie van schermbeheersing is een perfect
slot gekomen aan een vliegweekend wat evenveel vluchten en leerstof op
geleverd heeft als een complete week.
André Manuel mag zich gelukkig prijzen in zo'n heerlijk vliegparadijs
te wonen en we hopen dan ook dat meerdere schermvliegers hier in de
toekomst van kunnen genieten. Bedenk echter wel dat de charme van het
gebied grotendeels gelegen is in de rust die er in de lucht heerst. Er
zijn weinig vliegers en dus weinig stress en André wil dat het liefst
zo houden. Ga je er heen, neem dan eerst contact op met André. Al is
het alleen maar om je start- en landingsgeld aan hem te voldoen en de
startplekken door te nemen. De start- en landingsrechten zijn in dit
gebied met veel moeite tot stand gekomen. Bedenk dat je te gast bent en
je het voor de plaatselijke vliegers alleen maar kunt verpesten.
Verder zal André er alles aan doen, om je verblijf zo aangenaam
mogelijk te maken. Plezier in vliegen staat voorop.
|